St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  WIJZIGING  BEDRAGEN  AOW  EN  AWW  PER  1  JANUARI  1996
 
 
19 december 1995, Stcrt. 1995, 248
Inwerkingtreding: 1 januari 1996
(T.a.v. artt. 12 en 30 AOW en 20 en 37c AWW)

 

  
 

 

 
19 december 1995/nr. SV/VP/95/5536
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet en de artikelen 20 en 37c Algemene Weduwen- en Wezenwet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Het in artikel 9, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ1468,51, ƒ1019,28 en ƒ1833,67.
-2. Het in artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1019,28.

 

Art. 2.
Het in artikel 29, negende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b, c en d genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ118,52, ƒ106,66, ƒ82,96 en ƒ59,26.

 

Art. 3.
-1. Het in artikel 19, elfde lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a en b genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ1775,18 en ƒ2412,40.
-2. Het in artikel 19, twaalfde lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1775,18.
-3. Het in artikel 19, dertiende lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ568,06, ƒ852,09 en ƒ1136,12.

 

Art. 4.
-1. Het in artikel 37b, zesde lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a en b genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ112,30 en ƒ160,43.
-2. Het in artikel 37b, zevende lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ35,94, ƒ53,90 en ƒ71,87.

 

Art. 5.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

 

 

's-Gravenhage, 19 december 1995.
De Staatssecretaris voornoemd,
R.L.O. Linschoten
.

 

 

 

TOELICHTING
[19 december 1995]

 

1. Inleiding


     Per 1 januari 1996 worden de pensioenen en uitkeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) opnieuw aangepast, met als uitgangspunt een onverkorte nettokoppeling aan het wettelijk minimumloon. In de algemene maatregel van bestuur op basis van de Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid is vastgelegd dat het afgeronde brutominimumloon per 1 januari 1996 wordt verhoogd met 0,96%. De aanpassing is voorts een gevolg van wijzigingen in de belasting- en premietarieven.
     Voor de AOW is er sinds 1995 de ouderenaftrek in de loon- en inkomstenbelasting. Deze belastingaftrek wordt in de koppelingssystematiek buiten beschouwing gelaten, waardoor de werkelijke nettopensioenen hoger zullen zijn dan die volgens de nettokoppeling worden vastgesteld.

 

2. Vaststelling pensioenbedragen ingevolge de AOW


     In artikel 9 van de AOW is het beginsel neergelegd dat:
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand;
- het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand; en
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon per maand.
     Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon (inclusief overhevelingstoeslag) plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto-inkomen (eveneens met inbegrip van de overhevelingstoeslag).
     In artikel 9, negende lid, van de AOW is bepaald dat de volledige brutotoeslag gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
     Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in artikel 9, tiende lid, van de AOW, telkens te worden herzien indien en voor zover in de hiervoor genoemde nettokoppelingen een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 2184,00xxr 1019,28xxr 1468,51xxxr 1833,67xxxx
Overhevelingstoeslag 216,50xxr xxr xxr xxr
Premie Zfw 36,03xxr 43,14xxr 62,05xxxr 77,61xxxx
Premie WW/ZW 81,90xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Premie WAO 1,37xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 454,83xxr 62,95xxr 128,00xxxr 112,33xxxx
Netto per maand 1826,37xxr 913,19xxr 1278,46xxxr 1643,73xxxx

- Overhevelingstoeslag: 10,00%.
- Premie Zfw: 1,65% werknemersdeel en 5,35% werkgeversdeel; over het AOW-pensioen bedraagt de premie 4,00%.
- Premie ZW/wachtgeld: 1,50%
- Premie WW: 2,25%.
- Premie WAO: 7,95% met een franchise van ƒ100,- per dag.
- Loonheffing: 37,50% eerste tariefschijf voor personen jonger dan 65 jaar; 15,40% eerste tariefschijf voor personen van 65 jaar of ouder.


     Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden gemaakt.
     Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van de gehuwde bejaarden van wie ook de partner 65 jaar of ouder is, uitgegaan van een fictief bedrag, namelijk de helft van de met toepassing van de groene loonheffingstabel voor boven-65-jarigen in te houden loonbelasting naar tariefgroep 3 over tweemaal het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid niet voorkomen.
     Voor het vaststellen van de loonbelasting op het ouderdomspensioen van een ongehuwde bejaarde met een kind jonger dan 18 jaar is tariefgroep 4 voor de alleenstaande ouder gehanteerd. Ten aanzien van de overige ongehuwde bejaarden en de gehuwden is tariefgroep 2 als uitgangspunt genomen. Afhankelijk van de individuele situatie kan echter een indeling in een andere tariefgroep plaatsvinden.
     De volledige brutotoeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde.

 

3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW


     Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde met een volledige toeslag is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar is gelijk aan 90% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand; en
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag of met een partner van 65 jaar of ouder, is gelijk aan 50% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
     In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voor zover in de hiervoor vermelde nettogelijkheden een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimum-
loon
AOWrgehuwd,
met toeslag
AOW
gehuwd
AOW
ongehuwd
AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 174,72x| 118,52xxx| 59,26x 82,96xx 106,66xxxxr
Overhevelingstoeslag 16,36x| xxx| xxx| xxxx| xxxxr
Premie Zfw 2,88x| xxx| xxx| xxxx| xxxxr
Premie WW/ZW 6,55x| xxxxxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Premie WAO 13,89x| xxxxxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 67,49x| 18,25xxx| 9,12x 12,77xx 16,42xxxxr
Netto per maand 100,27x| 100,27xxx| 50,14x 70,19xx 90,24xxxxr

 

4. Vaststelling uitkeringsbedragen ingevolge de AWW


     De wijziging van het nettominimumloon heeft eveneens gevolgen voor de hoogte van de AWW-pensioenen en -uitkeringen.
     Het in artikel 8 bedoelde weduwenpensioen en de in artikel 13 bedoelde tijdelijke weduwenuitkering worden rechtstreeks van het nettominimumloon afgeleid, met dien verstande dat:
- het nettoweduwenpensioen voor weduwen met een kind jonger dan 18 jaar gelijk is aan het nettominimumloon per maand;
- het nettoweduwenpensioen voor de overige weduwen gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand.
     Onder nettominimumloon wordt in dit verband hetzelfde verstaan als hiervoor besproken bij de vaststelling van de pensioenbedragen ingevolge de AOW. Vervolgens wordt het nettoweduwenpensioen gebruteerd met de ziekenfondspremie en met de loonheffing.
     De loonheffing voor het hoge AWW-pensioen wordt vastgesteld aan de hand van de groene tabellen, tariefgroep 4. De loonheffing voor het lage AWW-pensioen wordt vastgesteld volgens tariefgroep 2.
     De wezenpensioenen worden op brutobasis afgeleid van het pensioen voor een weduwe zonder kinderen.
     De brutobedragen van de wezenpensioenen voor respectievelijk kinderen onder de 10 jaar, kinderen tussen 10 en 16 jaar en kinderen van 16 tot 18 respectievelijk 27 jaar zijn gelijk aan 32%, 48% en 64% van het brutopensioen voor een weduwe zonder kinderen.
     In artikel 20 van de AWW is neergelegd dat deze brutobedragen opnieuw moeten worden vastgesteld wanneer er in de hiervoor bedoelde gelijkheid van een verstoring sprake is.
     In verband met de bovenstaande netto- en brutokoppelingen dienen de AWW-uitkeringen zodanig te worden aangepast dat hiervoor bedoelde gelijkheden worden gerealiseerd.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AWW/hoog AWW/laag
Bruto per maand 2184,00xxrr 2412,40xxx 1775,18xxx
Overhevelingstoeslag 216,50xxrr xxr xxr
Premie Zfw 36,03xxrr 42,45xxx 31,14xxx
Premie WW/ZW 81,90xxrr xxxxx xxxxxxx
Premie WAO 1,37xxrr xxxxx xxxxxxx
Loonheffing 454,83xxrr 543,58xxx 465,58xxx
Netto per maand 1826,37xxrr 1826,37xxx 1278,46xxx

 
De brutowezenpensioenen bedragen:
- voor wezen tot 10 jaar: ƒ568,06;
- voor wezen van 10 tot 16 jaar: ƒ852,09;
- voor wezen van 16 tot 27 jaar: ƒ1136,12.

 

5. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AWW


     De vakantie-uitkeringen ingevolge de AWW zijn op nettobasis gekoppeld aan de minimumvakantie-uitkering. Evenals dat voor de vaststelling van de maandbedragen geldt, vindt aanpassing van die uitkeringen plaats wanneer van een verstoring van de netto-nettogelijkheid sprake is.
     Ingevolge artikel 37b van de AWW gelden voor de vakantie-uitkeringen de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een weduwe met een kind jonger dan 18 jaar is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor de overige weduwen is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
     Wat betreft de wezenpensioenen voor wezen, respectievelijk tot 10 jaar, van 10 tot 16 jaar en 16 tot 18 respectievelijk 27 jaar, geldt voor de vaststelling van de vakantie-uitkering een koppeling op brutobasis: voor een wees onder de 10 jaar geldt een gelijkheid van 32% van de brutovakantie-uitkering voor een weduwe zonder kinderen, voor de tweede categorie wezen een percentage van 48% en voor de derde categorie wezen een percentage van 64%.
     In artikel 37c van de AWW is bepaald dat de vakantie-uitkeringen telkens worden herzien indien in de hiervoor vermelde gelijkheden een verstoring optreedt.
     De vakantie-uitkering zal in de regel in de maand mei worden uitbetaald.
     In onderstaand overzicht zijn de hiervoor bedoelde vergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AWW/hoog AWW/laag
Bruto per maand 174,72xxrx 160,43xxx| 112,30xxxx
Overhevelingstoeslag 16,36xxrx xxr xxr
Premie Zfw 2,88xxrx xxr xxr
Premie WW/ZW 6,55xxrx xxxxx xxxxxxx
Premie WAO 13,89xxrx xxxxx xxxxxxx
Loonheffing 67,49xxrx 60,16xxx| 42,11xxxx
Netto per maand 100,27xxrx 100,27xxx| 70,19xxxx

 
De brutovakantie-uitkeringen bedragen:
- voor wezen tot 10 jaar: ƒ35,94;
- voor wezen van 10 tot 16 jaar: ƒ53,90;
- voor wezen van 16 tot 27 jaar: ƒ71,87.

 

 
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x