|
27 februari 1996/nr. SV/WV/96/0728
Directie Sociale Verzekeringen
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen
24, derde lid, en 48, vijfde lid, van de Invoeringswet stelselherziening
sociale zekerheid;
Besluit:
Art. 1.
De bedragen, genoemd in de artikelen 24,
eerste lid, en 48, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening
sociale zekerheid, worden als volgt vastgesteld:
a.
voor de werknemer van 21 jaar wordt het bedrag gesteld op ƒ49,36;
b. voor de werknemer van 22 jaar
wordt het bedrag gesteld op ƒ60,05;
c. voor de werknemer van 23 jaar of
ouder wordt het bedrag gesteld op ƒ75,31.
Art. 2.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1996.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 27
februari 1996.
De Staatssecretaris voornoemd,
R.L.O. Linschoten.
TOELICHTING
[27 februari 1996]
Teneinde te voorkomen dat de loondervingsuitkeringen op het
minimumniveau van alleenstaanden
van 21 jaar of ouder bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid
beneden het relevante sociaal minimum
dalen, zijn destijds in de Invoeringswet stelselherziening
sociale zekerheid (IWS) bepalingen opgenomen die voorzien in een
zodanige verhoging van die uitkeringen dat de netto-uitkomst gelijk is
aan het niveau van het relevante sociaal minimum.
De bedragen die in de artikelen
24 en 48
van de IWS zijn opgenomen, dienen door de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te worden herzien op dezelfde
wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen, genoemd in hoofdstuk
IV van de Algemene bijstandswet (Abw),
voorheen via het Bijstandsbesluit landelijke normering, worden herzien.
In vervolg op de herziening van 1 januari 1996, als gevolg van de
reguliere wijziging van de belastingtarieven en premies, houdt deze
aanpassing verband met de wijziging van de premieverdeling AWf [Algemeen
Werkloosheidsfonds, red.] bij inwerkingtreding van het voorstel
van Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij
ziekte (Wulbz). Ter compensatie van het inkomensverlies dat
samenhangt met het uitstel van de uitvoering van Wulbz van 1 januari
1996 tot 1 maart 1996 is de AWf-premie per 1 maart 1996 namelijk
gewijzigd. De kopjesbedragen zijn in deze ministeriële regeling per 1
maart 1996 als volgt vastgesteld:
| Leeftijd
|
WW ¹ |
WAO/AAW
¹ |
| Vanaf 21 jaar
|
ƒ49,36
|
ƒ49,36 |
| Vanaf 22 jaar
|
ƒ60,05 |
ƒ60,05 |
| Vanaf 23 jaar
|
ƒ75,31 |
ƒ75,31 |
1. Exclusief vakantietoeslag.
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten.
|
|