St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  WIJZIGING  BEDRAGEN  AOW  EN  AWW  PER  1  MAART  1996
 
 
26 februari 1996, Stcrt. 1996, 43
Inwerkingtreding: 1 maart 1996
(T.a.v. artt. 12 en 30 AOW en 20 en 37c AWW)

 

 

 

 
26 februari 1996/nr. SV/VP/96/0766
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet en de artikelen 20 en 37c Algemene Weduwen- en Wezenwet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Het in artikel 9, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ1479,92, ƒ1027,47 en ƒ1848,65.
-2. Het in artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1027,47.

 

Art. 2.
Het in artikel 29, negende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b, c en d genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ119,86, ƒ107,88, ƒ83,91 en ƒ59,93.

 

Art. 3.
-1. Het in artikel 19, elfde lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a en b genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ1790,45 en ƒ2433,61.
-2. Het in artikel 19, twaalfde lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1790,45.
-3. Het in artikel 19, dertiende lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ572,94, ƒ859,42 en ƒ1145,89.

 

Art. 4.
-1. Het in artikel 37b, zesde lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a en b genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ113,57 en ƒ162,25.
-2. Het in artikel 37b, zevende lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ36,34, ƒ54,51 en ƒ72,68.

 

Art. 5.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1996.

 

 

's-Gravenhage, 26 februari 1996.
De Staatssecretaris voornoemd,
R.L.O. Linschoten
.

 

 

 

TOELICHTING
[26 februari 1996]

 

1. Inleiding


     Per 1 maart 1996 worden de pensioenen en uitkeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) opnieuw aangepast, met als uitgangspunt een onverkorte nettokoppeling aan het wettelijk minimumloon. De aanpassing is een gevolg van de inwerkingtreding per 1 maart 1996 van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte. Hierdoor is de premie-inhouding voor de Ziektewet komen te vervallen en heeft er een aanpassing plaatsgevonden van de premie voor de Werkloosheidswet.
     Voor de AOW is er sinds 1995 de ouderenaftrek in de loon- en inkomstenbelasting. Deze belastingaftrek wordt in de koppelingssystematiek buiten beschouwing gelaten, waardoor de werkelijke nettopensioenen hoger zullen zijn dan die volgens de nettokoppeling worden vastgesteld.

 

2. Vaststelling pensioenbedragen ingevolge de AOW


     In artikel 9 van de AOW is het beginsel neergelegd dat:
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand;
- het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand; en
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon per maand.
     Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon (inclusief overhevelingstoeslag) plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto-inkomen (eveneens met inbegrip van de overhevelingstoeslag).
     In artikel 9, negende lid, van de AOW is bepaald dat de volledige brutotoeslag gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
     Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in artikel 9, tiende lid, van de AOW, telkens te worden herzien indien en voor zover in de hiervoor genoemde nettokoppelingen een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 2184,00xxr 1027,47xxr 1479,92xxxr 1848,65xxxx
Overhevelingstoeslag 218,50xxr xxr xxr xxr
Premie Zfw 36,03xxr 43,50xxr 62,55xxxr 78,26xxxx
Premie WW 61,15xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Premie WAO 1,37xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 464,25xxr 64,12xxr 129,58xxxr 114,66xxxx
Netto per maand 1839,70xxr 919,85xxr 1287,79xxxr 1655,73xxxx

- Overhevelingstoeslag: 10,00%.
- Premie Zfw: 1,65% werknemersdeel en 5,35% werkgeversdeel; over het AOW-pensioen bedraagt de premie 4,00%.
- Premie wachtgeld: 0,70%
- Premie WW: 2,10%.
- Premie WAO: 7,95% met een franchise van ƒ100,- per dag.
- Loonheffing: 37,50% eerste tariefschijf voor personen jonger dan 65 jaar; 15,40% eerste tariefschijf voor personen van 65 jaar of ouder.


     Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden gemaakt.
     Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van de gehuwde bejaarden van wie ook de partner 65 jaar of ouder is, uitgegaan van een fictief bedrag, namelijk de helft van de met toepassing van de groene loonheffingstabel voor boven-65-jarigen in te houden loonbelasting naar tariefgroep 3 over tweemaal het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid niet voorkomen.
     Voor het vaststellen van de loonbelasting op het ouderdomspensioen van een ongehuwde bejaarde met een kind jonger dan 18 jaar is tariefgroep 4 voor de alleenstaande ouder gehanteerd. Ten aanzien van de overige ongehuwde bejaarden en de gehuwden is tariefgroep 2 als uitgangspunt genomen. Afhankelijk van de individuele situatie kan echter een indeling in een andere tariefgroep plaatsvinden.
     De volledige brutotoeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde.

 

3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW


     Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde met een volledige toeslag is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar is gelijk aan 90% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand; en
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag of met een partner van 65 jaar of ouder, is gelijk aan 50% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
     In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voor zover in de hiervoor vermelde nettogelijkheden een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimum-
loon
AOWrgehuwd,
met toeslag
AOW
gehuwd
AOW
ongehuwd
AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 174,72x| 119,86xxx| 59,93x 83,91xx 107,88xxxxr
Overhevelingstoeslag 16,52x| xxx| xxx| xxxx| xxxxr
Premie Zfw 2,88x| xxx| xxx| xxxx| xxxxr
Premie WW 4,89x| xxxxxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Premie WAO 13,89x| xxxxxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 68,18x| 18,45xxx| 9,22x 12,92xx 16,61xxxxr
Netto per maand 101,41x| 101,41xxx| 50,71x 70,99xx 91,27xxxxr

 

4. Vaststelling uitkeringsbedragen ingevolge de AWW


     De wijziging van het nettominimumloon heeft eveneens gevolgen voor de hoogte van de AWW-pensioenen en -uitkeringen.
     Het in artikel 8 bedoelde weduwenpensioen en de in artikel 13 bedoelde tijdelijke weduwenuitkering worden rechtstreeks van het nettominimumloon afgeleid, met dien verstande dat:
- het nettoweduwenpensioen voor weduwen met een kind jonger dan 18 jaar gelijk is aan het nettominimumloon per maand;
- het nettoweduwenpensioen voor de overige weduwen gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand.
     Onder nettominimumloon wordt in dit verband hetzelfde verstaan als hiervoor besproken bij de vaststelling van de pensioenbedragen ingevolge de AOW. Vervolgens wordt het nettoweduwenpensioen gebruteerd met de ziekenfondspremie en met de loonheffing.
     De loonheffing voor het hoge AWW-pensioen wordt vastgesteld aan de hand van de groene tabellen, tariefgroep 4. De loonheffing voor het lage AWW-pensioen wordt vastgesteld volgens tariefgroep 2.
     De wezenpensioenen worden op brutobasis afgeleid van het pensioen voor een weduwe zonder kinderen.
     De brutobedragen van de wezenpensioenen voor respectievelijk kinderen onder de 10 jaar, kinderen tussen 10 en 16 jaar en kinderen van 16 tot 18 respectievelijk 27 jaar zijn gelijk aan 32%, 48% en 64% van het brutopensioen voor een weduwe zonder kinderen.
     In artikel 20 van de AWW is neergelegd dat deze brutobedragen opnieuw moeten worden vastgesteld wanneer er in de hiervoor bedoelde gelijkheid van een verstoring sprake is.
     In verband met de bovenstaande netto- en brutokoppelingen dienen de AWW-uitkeringen zodanig te worden aangepast dat hiervoor bedoelde gelijkheden worden gerealiseerd.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AWW/hoog AWW/laag
Bruto per maand 2184,00xxrr 2433,61xxx 1790,45xxx
Overhevelingstoeslag 218,50xxrr xxr xxr
Premie Zfw 36,03xxrr 42,83xxx 31,41xxx
Premie WW 61,15xxrr xxxxx xxxxxxx
Premie WAO 1,37xxrr xxxxx xxxxxxx
Loonheffing 464,25xxrr 551,08xxx 129,58xxx
Netto per maand 1839,70xxrr 919,85xxx 471,25xxx

 
De brutowezenpensioenen bedragen:
- voor wezen tot 10 jaar: ƒ572,94;
- voor wezen van 10 tot 16 jaar: ƒ859,42;
- voor wezen van 16 tot 27 jaar: ƒ1145,89.

 

5. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AWW


     De vakantie-uitkeringen ingevolge de AWW zijn op nettobasis gekoppeld aan de minimumvakantie-uitkering. Evenals dat voor de vaststelling van de maandbedragen geldt, vindt aanpassing van die uitkeringen plaats wanneer van een verstoring van de netto-nettogelijkheid sprake is.
     Ingevolge artikel 37b van de AWW gelden voor de vakantie-uitkeringen de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een weduwe met een kind jonger dan 18 jaar is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor de overige weduwen is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
     Wat betreft de wezenpensioenen voor wezen, respectievelijk tot 10 jaar, van 10 tot 16 jaar en 16 tot 18 respectievelijk 27 jaar, geldt voor de vaststelling van de vakantie-uitkering een koppeling op brutobasis: voor een wees onder de 10 jaar geldt een gelijkheid van 32% van de brutovakantie-uitkering voor een weduwe zonder kinderen, voor de tweede categorie wezen een percentage van 48% en voor de derde categorie wezen een percentage van 64%.
     In artikel 37c van de AWW is bepaald dat de vakantie-uitkeringen telkens worden herzien indien in de hiervoor vermelde gelijkheden een verstoring optreedt.
     De vakantie-uitkering zal in de regel in de maand mei worden uitbetaald.
     In onderstaand overzicht zijn de hiervoor bedoelde vergelijkingen weergegeven[in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AWW/hoog AWW/laag
Bruto per maand 174,72xxrx 162,25xxx| 113,57xxxx
Overhevelingstoeslag 16,52xxrx xxr xxr
Premie Zfw 2,88xxrx xxr xxr
Premie WW 4,89xxrx xxxxx xxxxxxx
Premie WAO 13,89xxrx xxxxx xxxxxxx
Loonheffing 68,18xxrx 60,84xxx| 42,58xxxx
Netto per maand 101,41xxrx 101,41xxx| 70,99xxxx

 
De brutovakantie-uitkeringen bedragen:
- voor wezen tot 10 jaar: ƒ36,34;
- voor wezen van 10 tot 16 jaar: ƒ54,51;
- voor wezen van 16 tot 27 jaar: ƒ72,68.

 

 
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x