St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  AANPASSING  WETTELIJK  MINIMUMLOON  PER  1  JANUARI  1997
 
 
25 oktober 1996, Stcrt. 1996, 209
Inwerkingtreding: 1 januari 1997
(T.a.v. art. 14:1 WML)

 

 

 

 
25 oktober 1996/nr. ASEA/HVI/96/0836
Directie Algemene Sociaal-Economische Aangelegenheden

 

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 14, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b en c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, worden met ingang van 1 januari 1997 onderscheidenlijk als volgt vastgesteld:
a. ƒ2220,40;
b. ƒ512,40;
c. ƒ102,48.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

 

 

’s-Gravenhage, 25 oktober 1996.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert
.

 

 

 

TOELICHTING
[25 oktober 1996]

 

     Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zoals gewijzigd bij de Wet van 14 november 1991, Stb. 1991, 624 (Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid, hierna te noemen WKA), is dat de algemene welvaartsontwikkeling niet alleen ten goede moet komen aan degenen die werken, maar ook, indien mogelijk, tot uitdrukking moet komen in de inkomens van inactieven. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag die bestaat uit een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.
     Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling dan wel volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). De toelichting bij de WKA geeft aan dat dit het geval is indien de verhouding tussen inactieven en actieven de norm ad 82,6 overschrijdt. Blijft de I/A-verhouding onder de norm, dan geldt de hoofdregel.
     Voor 1997 raamt het Centraal Planbureau (Macro Economische Verkenning 1997 [MEV 1997, red.], september 1996) de verhouding inactieven/actieven op 78,3, hetwelk 4,3 procentpunt lager is dan de I/A-norm. Dit gegeven leidt tot koppeling in 1997.
     In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector, en bij de overheid, zoals deze door het Centraal Planbureau wordt bekendgemaakt.
     De aanpassing per 1 januari (eerste lid van artikel 14) is opgebouwd uit twee componenten. Om te beginnen wordt het geldende bedrag gemuteerd met de helft van de ontwikkeling van de contractlonen op jaarbasis, zoals deze voor het betrokken jaar blijkens de in het voorgaande jaar verschenen MEV wordt geraamd. Voor 1997 wordt de gemiddelde contractloonstijging bedrijven en overheid geraamd op 2,14% (MEV 1997, september 1996), zodat het betreffende aanpassingspercentage 1,07 bedraagt. Dit percentage dient vervolgens te worden gecorrigeerd op het punt van de contractloonontwikkeling in het voorgaande jaar. De correctie is gelijk aan het verschil tussen de nadere MEV-raming inzake de contractloonontwikkeling voor het voorafgaande jaar enerzijds en de eerdere in het Centraal Economisch Plan [CEP, red.] gepubliceerde raming ter zake anderzijds. Voor de aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 januari 1997 leidt de voorgeschreven correctie tot een aanpassingspercentage van -0,33 (namelijk raming contractloonontwikkeling volgens MEV 1997 voor het jaar 1996 -/- raming contractloonontwikkeling CEP 1996 voor het jaar 1996, zijnde 1,44 -/- 1,77).
     Toepassing van de voorgeschreven berekeningsmethodiek, waarbij geen rekening is gehouden met de voorgeschreven wettelijke afronding, resulteert in een verhoging van het wettelijk minimumloon van 0,74% per 1 januari 1997. Na de genoemde voorgeschreven wettelijke afronding stijgt het minimumloon per 1 januari 1997 met 0,77% tot ƒ2220,40 per maand, ƒ512,40 per week en ƒ102,48 per dag.
     De hiermee corresponderende jeugdlonen bedragen op grond van de staffeling geregeld in het Koninklijk besluit van 29 juni 1983, Stb. 1983, 300, per 1 januari 1997:

Minimumjeugdlonen per 1 januari 1997:

Leeftijdxx| Percentage
minimumloon
Per maand Per week Per dag
22 jaar 85 ƒ1887,30 ƒ435,50 ƒ87,10
21 jaar 72,5 ƒ1609,80 ƒ371,50 ƒ74,30
20 jaar 61,5 ƒ1365,50 ƒ315,10 ƒ63,02
19 jaar 52,5 ƒ1165,70 ƒ269,00 ƒ53,80
18 jaar 45,5 ƒ1010,30 ƒ233,10 ƒ46,62
17 jaar 39,5 ƒx877,10 ƒ202,40 ƒ40,48
16 jaar 34,5 ƒx766,00 ƒ176,80 ƒ35,36
15 jaar 30 ƒx666,10 ƒ153,70 ƒ30,74

 
     Alle genoemde bedragen hebben een brutokarakter.
     Volgens artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bij een kortere arbeidstijd dan de gebruikelijke het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager. Dit is onder meer van toepassing wanneer werknemers in het kader van de partiλle leerplicht een aantal dagen per week onderwijs volgen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x