St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  WIJZIGING  BEDRAGEN  AOW  PER  1  JANUARI  1998
 
 
18 december 1997, Stcrt. 1997, 249
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. artt. 12 en 30 AOW)

 

  
 

 

 
18 december 1997/nr. SV/VP/97/5199
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Het in artikel 9, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ1638,56, ƒ1123,27 en ƒ2018,79.
-2. Het in artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1123,27.

 

Art. 2.
Het in artikel 29, negende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b, c en d genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ130,38, ƒ117,34, ƒ91,26 en ƒ65,19.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 18 december 1997.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

TOELICHTING
[18 december 1997]

 

1. Inleiding


     Per 1 januari 1998 worden de pensioenen en uitkeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) opnieuw aangepast, met als uitgangspunt een onverkorte nettokoppeling aan het wettelijk minimumloon. De aanpassing is een gevolg van de verhoging van het brutominimumloon met 1,45%. Daarnaast is sprake van verlaging van de overhevelingstoeslag. Het nettominimumloon ondervindt voorts wijzigingen als gevolg van maatregelen met effecten voor de belasting- en premie-inhouding.
     Voor de belastingheffing over het AOW-pensioen is van belang dat de ouderenaftrek en de aanvullende ouderenaftrek in de loon- en inkomstenbelasting in de koppelingssystematiek buiten beschouwing worden gelaten, waardoor de werkelijke nettopensioenen hoger zullen zijn dan die volgens de nettokoppeling worden vastgesteld.

 

2. Vaststelling pensioenbedragen ingevolge de AOW


     In artikel 9 van de AOW is het beginsel neergelegd dat:
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand;
- het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand; en
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon per maand.
     Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon (inclusief overhevelingstoeslag) plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto-inkomen (eveneens met inbegrip van de overhevelingstoeslag). Deze vrijlating geldt niet voor inkomen in verband met arbeid.
     In artikel 9, negende lid, van de AOW is bepaald dat de volledige brutotoeslag gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
     Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in artikel 9, tiende lid, van de AOW, telkens te worden herzien indien en voor zover in de hiervoor genoemde nettokoppelingen een verstoring optreedt.
     [In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven (in guldens), red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 2276,30xxr 1123,27xxr 1638,56xxxr 2018,79xxxx
Overhevelingstoeslag 1 39,91xxr xxr xxr xxr
Premie Zfw 2 27,31xxr 80,81xxr 117,62xxxr 145,25xxxx
Premie WW 3 1,48xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 4 358,58xxr 78,04xxr 170,75xxxr 137,58xxxx
Netto per maand 1928,84xxr 964,42xxr 1350,19xxxr 1735,96xxxx

1. Overhevelingstoeslag: 1,7%.
2. Premie Zfw: 1,2% werknemersdeel en 5,6% werkgeversdeel; over het AOW-pensioen bedraagt de premie 6,8%.
3. Premie WW: 6,45% met een franchise van ƒ104,- per dag.
4. Loonheffing: 36,35% eerste tariefschijf voor personen jonger dan 65 jaar; 19,85% eerste tariefschijf voor personen van 65 jaar of ouder.


     Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden gemaakt.
     Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van de gehuwde bejaarden van wie ook de partner 65 jaar of ouder is, uitgegaan van een fictief bedrag, namelijk de helft van de met toepassing van de groene loonheffingstabel voor boven-65-jarigen in te houden loonbelasting naar tariefgroep 3 over tweemaal het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid niet voorkomen.
     Voor het vaststellen van de loonbelasting op het ouderdomspensioen van een ongehuwde bejaarde met een kind jonger dan 18 jaar is tariefgroep 4 voor de alleenstaande ouder gehanteerd. Ten aanzien van de overige ongehuwde bejaarden en de gehuwden is tariefgroep 2 als uitgangspunt genomen. Afhankelijk van de individuele situatie kan echter een indeling in een andere tariefgroep plaatsvinden.
     De volledige brutotoeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde.

 

3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW


     Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde met een volledige toeslag is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar is gelijk aan 90% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand; en
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag of met een partner van 65 jaar of ouder, is gelijk aan 50% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
     In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voor zover in de hiervoor vermelde nettogelijkheden een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.].

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 182,10xxx 65,19xxx| 91,26xxxx| 117,34xxxxr
Overhevelingstoeslag 3,06xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie Zfw 2,18xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie WW 11,74xxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 66,74xxx 12,94xxx| 18,11xxxx| 23,29xxxxr
Netto per maand 104,50xxx 52,25xxx| 73,15xxxx| 94,05xxxxr

 

 
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x