St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  WIJZIGING  BEDRAGEN  AOW  PER  1  APRIL  EN  1  MEI  1998
 
 
27 maart 1998, Stcrt. 1998, 61
Inwerkingtreding: 1 april 1998
(T.a.v. artt. 12 en 30 AOW)

 

 

 

 
27 maart 1998/nr. SV/VP/98/1204
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Uitsluitend voor de maand april 1998 wordt het bedrag, genoemd in:
a. artikel 9, tiende lid, onderdeel a, b onderscheidenlijk c, van de Algemene Ouderdomswet, vervangen door ƒ1569,39, ƒ1094,64 onderscheidenlijk ƒ1968,19;
b. artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vervangen door ƒ1094,64; en
c. artikel 29, negende lid, onderdeel a, b, c onderscheidenlijk d, van de Algemene Ouderdomswet, vervangen door ƒ119,92, ƒ107,91, ƒ83,93 onderscheidenlijk ƒ59,96.

 

Art. 2.
Het bedrag, genoemd in:
a. artikel 9, tiende lid, onderdeel a, b onderscheidenlijk c, van de Algemene Ouderdomswet, wordt vervangen door ƒ1623,35, ƒ1118,92 onderscheidenlijk ƒ2012,06;
b. artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, wordt vervangen door ƒ1118,92; en
c. artikel 29, negende lid, onderdeel a, b, c onderscheidenlijk d, van de Algemene Ouderdomswet, wordt vervangen door ƒ127,60, ƒ114,83, ƒ89,31 onderscheidenlijk ƒ63,80.

 

Art. 3.
-1. Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 2, in werking met ingang van 1 april 1998.
-2. Artikel 2 treedt in werking met ingang van 1 mei 1998.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 27 maart 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

TOELICHTING
[27 maart 1998]

 

1. Inleiding


     Als gevolg van de Wet inkomensmaatregelen 1998, die per 1 april 1998 in werking treedt, dienen de pensioenen en uitkeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) te worden aangepast per 1 april en per 1 mei 1998. Het uitgangspunt blijft formeel een onverkorte nettokoppeling aan het wettelijk minimumloon. Het brutominimumloon blijft gehandhaafd op het niveau van januari. Het nettominimumloon wordt per 1 april gewijzigd als gevolg van maatregelen in de fiscale sfeer gecombineerd met een verhoging van de AOW-premie.
     De AOW-bedragen daarentegen wijzigen per 1 april én per 1 mei. De aanpassing over de maanden januari, februari en maart wordt in het AOW-pensioen over de maand april in één keer verrekend via onder andere een eenmalige verlaging van de loonbelasting in april 1998. Vanaf mei wordt de aanpassing structureel in de pensioenbedragen verwerkt.
     Voor de loonheffing op het AOW-pensioen zijn de volgende fiscale maatregelen relevant. Het belastingtarief eerste schijf is verlaagd; het inactievenforfait als vaste aftrekpost is verhoogd, evenals de algemene en aanvullende ouderenaftrek.
     In dit kader is van belang dat de ouderenaftrek en de aanvullende ouderenaftrek in de koppelingssystematiek, zoals die hierna in de tabel is opgenomen, buiten beschouwing worden gelaten, waardoor de werkelijke nettopensioenen hoger zullen zijn dan die volgens de wettelijke nettokoppeling worden vastgesteld.

 

2. Vaststelling pensioenbedragen ingevolge de AOW


     In artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet is het beginsel neergelegd dat:
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand;
- het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand; en
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon per maand.
     Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon (inclusief overhevelingstoeslag) plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto-inkomen (eveneens met inbegrip van de overhevelingstoeslag). Deze vrijlating geldt niet voor inkomen in verband met arbeid.
     In artikel 9, negende lid, van de AOW is bepaald dat de volledige brutotoeslag gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
     Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in artikel 9, tiende lid, van de AOW, telkens te worden herzien indien en voor zover in de hiervoor genoemde nettokoppelingen een verstoring optreedt. Als gevolg van de in de Wet inkomensmaatregelen 1998 neergelegde maatregelen treedt deze verstoring op in de maand april en vanaf de maand mei van dit jaar.

Tabel 1. April 1998 [bedragen in guldens, red.]

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 2276,30xxr 1094,64xxr 1569,39xxxr 1968,19xxxx
Overhevelingstoeslag 1 39,08xxr xxr xxr xxr
Premie Zfw 2 27,31xxr 78,51xxr 112,42xxxr 141,17xxxx
Premie WW 3 1,48xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 4 341,75xxr 43,71xxr 95,58xxxr 76,66xxxx
Netto per maand 1944,84xxr 972,42xxr 1361,39xxxr 1750,36xxxx

1. Overhevelingstoeslag: 1,7%.
2. Premie Zfw: 1,2% werknemersdeel en 5,6% werkgeversdeel; over het AOW-pensioen bedraagt de premie 6,8%.
3. Premie WW: 6,45% met een franchise van ƒ104,- per dag.
4. Loonheffing: 36,35% eerste tariefschijf voor personen jonger dan 65 jaar; 12,85% eerste tariefschijf voor personen van 65 jaar of ouder.

 

Tabel 2. Mei 1998 [bedragen in guldens, red.]

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 2276,30xxr 1118,92xxr 1623,35xxxr 2012,06xxxx
Overhevelingstoeslag 1 39,08xxr xxr xxr xxr
Premie Zfw 2 27,31xxr 80,42xxr 116,46xxxr 144,62xxxx
Premie WW 3 1,48xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 4 341,75xxr 66,08xxr 145,50xxxr 117,08xxxx
Netto per maand 1944,84xxr 972,42xxr 1361,39xxxr 1750,36xxxx

1. Overhevelingstoeslag: 1,7%.
2. Premie Zfw: 1,2% werknemersdeel en 5,6% werkgeversdeel; over het AOW-pensioen bedraagt de premie 6,8%.
3. Premie WW: 6,45% met een franchise van ƒ104,- per dag.
4. Loonheffing: 36,35% eerste tariefschijf voor personen jonger dan 65 jaar; 18,10% eerste tariefschijf voor personen van 65 jaar of ouder.


     Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden gemaakt.
     Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van de gehuwde bejaarden van wie ook de partner 65 jaar of ouder is, uitgegaan van een fictief bedrag, namelijk de helft van de met toepassing van de groene loonheffingstabel voor boven-65-jarigen in te houden loonbelasting naar tariefgroep 3 over tweemaal het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid niet voorkomen.
     Voor het vaststellen van de loonbelasting op het ouderdomspensioen van een ongehuwde bejaarde met een kind jonger dan 18 jaar is tariefgroep 4 voor de alleenstaande ouder gehanteerd. Ten aanzien van de overige ongehuwde bejaarden en de gehuwden is tariefgroep 2 als uitgangspunt genomen. Afhankelijk van de individuele situatie kan echter een indeling in een andere tariefgroep plaatsvinden, hetgeen tot andere netto-uitkomsten kan leiden voor betrokkenen.
     De volledige brutotoeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde.
     Uit de twee hiervoor opgenomen tabellen vloeit het nettobedrag voort aan AOW voor ongehuwden, gehuwden respectievelijk ongehuwden met een kind jonger dan 18 jaar zoals deze op basis van artikel 9, tiende lid, van de AOW dienen te worden vastgesteld. Uitdrukkelijk wordt in dit verband, zoals ook reeds in de inleiding van deze toelichting, vermeld dat de netto-AOW-pensioenen in werkelijkheid in de maand april en in de maanden mei en volgende hoger uitvallen als gevolg van de in de Wet inkomensmaatregelen 1998 neergelegde verhogingen van de ouderenaftrekken en de verlaging van het belastingtarief eerste schijf. Eén en ander zal in april tot een hoger netto-ouderdomspensioen leiden en in de maanden mei en volgende eveneens tot een in iets mindere mate hoger netto-ouderdomspensioen, in vergelijking met de situatie in de periode januari tot en met maart

 

3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW


     Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde met een volledige toeslag is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar is gelijk aan 90% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand; en
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag of met een partner van 65 jaar of ouder, is gelijk aan 50% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
     In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voor zover in de hiervoor vermelde nettogelijkheden een verstoring optreedt.
     In onderstaande tabellen zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.].

Tabel 3. April 1998

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 182,10xxx 59,96xxx| 83,93xxxx| 107,91xxxxr
Overhevelingstoeslag 3,06xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie Zfw 2,18xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie WW 11,74xxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 66,74xxx 7,71xxx| 10,78xxxx| 13,86xxxxr
Netto per maand 104,50xxx 52,25xxx| 73,15xxxx| 94,05xxxxr

 

Tabel 4. Mei 1998

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 182,10xxx 63,80xxx| 89,31xxxx| 114,83xxxxr
Overhevelingstoeslag 3,06xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie Zfw 2,18xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie WW 11,74xxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 66,74xxx 11,55xxx| 16,16xxxx| 20,78xxxxr
Netto per maand 104,50xxx 52,25xxx| 73,15xxxx| 94,05xxxxr

 

 
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x