St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  WIJZIGING  BEDRAGEN  AOW  PER  1  JULI  1998
 
 
22 juni 1998, Stcrt. 1998, 118
Inwerkingtreding: 1 juli 1998
(T.a.v. artt. 12 en 30 AOW)

 

 

 

 
22 juni 1998/nr. SV/VP/98/2617
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Het in artikel 9, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ1639,22, ƒ1131,77 en ƒ2033,79.
-2. Het in artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1131,77.

 

Art. 2.
Het in artikel 29, negende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderscheidenlijk onder a, b, c en d genoemde bedrag wordt vervangen door onderscheidenlijk ƒ129,36, ƒ116,42, ƒ90,54 en ƒ64,68.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1998.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 22 juni 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

TOELICHTING
[22 juni 1998]

 

1. Inleiding


     Per 1 juli 1998 worden de pensioenen en uitkeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) opnieuw aangepast, met als uitgangspunt een onverkorte nettokoppeling aan het wettelijk minimumloon. Het brutominimumloon wordt verhoogd met 1,37%.
     Voor de belastingheffing over het AOW-pensioen is van belang dat de ouderenaftrek en de aanvullende ouderenaftrek in de loon- en inkomstenbelasting in de koppelingssystematiek buiten beschouwing worden gelaten, waardoor de werkelijke nettopensioenen hoger zullen zijn dan die volgens de nettokoppeling worden vastgesteld.

 

2. Vaststelling pensioenbedragen op grond van de AOW


     In artikel 9 van de AOW is het beginsel neergelegd dat:
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand;
- het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand; en
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon per maand.
     Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon (inclusief overhevelingstoeslag) plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto-inkomen (eveneens met inbegrip van de overhevelingstoeslag). Deze vrijlating geldt niet voor inkomen in verband met arbeid.
     In artikel 9, negende lid, van de AOW is bepaald dat de volledige brutotoeslag gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
     Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in artikel 9, tiende lid, van de AOW, telkens te worden herzien indien en voor zover in de hiervoor genoemde nettokoppelingen een verstoring optreedt.
     [In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven (in guldens), red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 2307,50xxr 1131,77xxr 1639,22xxxr 2033,79xxxx
Overhevelingstoeslag 39,58xxr xxr xxr xxr
Premie Zfw 27,69xxr 81,36xxr 117,62xxxr 146,21xxxx
Premie WW 3,49xxr xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 352,66xxr 68,79xxr 147,33xxxr 120,66xxxx
Netto per maand 1963,24xxr 981,62xxr 1374,27xxxr 1766,92xxxx


     Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden gemaakt.
     Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van de gehuwde bejaarden van wie ook de partner 65 jaar of ouder is, uitgegaan van een fictief bedrag, namelijk de helft van de met toepassing van de groene loonheffingstabel voor boven-65-jarigen in te houden loonbelasting naar tariefgroep 3 over tweemaal het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid niet voorkomen.
     Voor het vaststellen van de loonbelasting op het ouderdomspensioen van een ongehuwde bejaarde met een kind jonger dan 18 jaar is tariefgroep 4 voor de alleenstaande ouder gehanteerd. Ten aanzien van de overige ongehuwde bejaarden en de gehuwden is tariefgroep 2 als uitgangspunt genomen. Afhankelijk van de individuele situatie kan echter een indeling in een andere tariefgroep plaatsvinden.
     De volledige brutotoeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde.

 

3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW


     Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde met een volledige toeslag is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar is gelijk aan 90% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand; en
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag of met een partner van 65 jaar of ouder, is gelijk aan 50% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
     In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voor zover in de hiervoor vermelde nettogelijkheden een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 184,60xxx 64,68xxx| 90,54xxxx| 116,42xxxxr
Overhevelingstoeslag 3,11xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie Zfw 2,21xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie WW 11,90xxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 67,66xxx 11,71xxx| 16,38xxxx| 21,07xxxxr
Netto per maand 105,94xxx 52,97xxx| 74,16xxxx| 95,35xxxxr

 

 
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x