St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

REGELING  WIJZIGING  BEDRAGEN  AOW  PER  1  JANUARI  1999
 
 
16 december 1998, Stcrt. 1998, 245
Inwerkingtreding: 1 januari 1999
(T.a.v. artt. 12 en 30 AOW)

 

  
 

 

 
16 december 1998/nr. SV/VP/98/40478
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Het in artikel 9, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderdeel a, b onderscheidenlijk c genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1684,70, ƒ1162,27 onderscheidenlijk ƒ2088,14.
-2. Het in artikel 9, elfde lid, van de Algemene Ouderdomswet genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ1162,27.

 

Art. 2.
Het in artikel 29, negende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderdeel a, b, c onderscheidenlijk d genoemde bedrag wordt vervangen door ƒ132,70, ƒ119,42, ƒ92,88 onderscheidenlijk ƒ66,35.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 16 december 1998.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[16 december 1998]

 

1. Inleiding


     Deze regeling strekt ertoe het ouderdomspensioen en de vakantie-uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) per 1 januari 1999 aan te passen. Deze aanpassing is noodzakelijk in verband met de onverkorte nettokoppeling van de uitkeringen op grond van de AOW aan het wettelijk minimumloon. Het brutominimumloon wordt met ingang van 1 januari 1999 met 1,63% verhoogd. Tevens ondervindt het nettominimumloon wijzigingen als gevolg van maatregelen met effecten voor de belasting- en premie-inhouding. Voor de belastingheffing over het AOW-pensioen is van belang dat de ouderenaftrek en de aanvullende ouderenaftrek in de loon- en inkomstenbelasting in de koppelingssystematiek buiten beschouwing worden gelaten, waardoor de werkelijke nettopensioenen hoger zullen zijn dan die volgens de nettokoppeling worden vastgesteld.

 

2. Vaststelling pensioenbedragen ingevolge de AOW


     In artikel 9 van de AOW is het beginsel neergelegd dat:
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het nettominimumloon per maand;
- het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 50% van het nettominimumloon per maand; en
- het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het nettominimumloon per maand.
     Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon (inclusief overhevelingstoeslag) plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto-inkomen (eveneens met inbegrip van de overhevelingstoeslag). Deze vrijlating geldt niet voor inkomen in verband met arbeid.
     In artikel 9, negende lid, van de AOW is bepaald dat de volledige brutotoeslag gelijk is aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
     Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in artikel 9, tiende lid, van de AOW, telkens te worden herzien indien en voor zover in de hiervoor genoemde nettokoppelingen een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 2345,20xxr 1162,27xxr 1684,70xxxr 2088,14xxxx
Overhevelingstoeslag 1 52,58xxr xxr xxr xxr
Premie Zfw 2 36,35xxr 90,92xxr 131,54xxxr 163,35xxxx
Premie WW 3 0,31xxr xxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 4 361,25xxr 71,42xxr 153,25xxxr 124,91xxxx
Netto per maand 1999,87xxr 999,94xxr 1399,91xxxr 1799,88xxxx

1. Overhevelingstoeslag: 2,15%.
2. Premie Zfw: 1,55% werknemersdeel en 5,85% werkgeversdeel; over het AOW-pensioen bedraagt de premie 7,4%.
3. Premie WW: 6,1% met een franchise van ƒ108,- per dag.
4. Loonheffing: 35,75% belastingschijf 1A voor personen jonger dan 65 jaar;
37,05% belastingschijf 1B voor personen jonger dan 65 jaar;
17,85% belastingschijf 1A voor personen van 65 jaar of ouder;
19,15% belastingschijf 1B voor personen van 65 jaar of ouder.


     Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden gemaakt.
     Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van gehuwde pensioengerechtigden van wie ook de partner 65 jaar of ouder is, uitgegaan van een fictief bedrag, namelijk de helft van de met toepassing van de groene loonheffingstabel voor boven-65-jarigen in te houden loonbelasting naar tariefgroep 3 over tweemaal het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid niet voorkomen.
     Voor het vaststellen van de loonbelasting op het ouderdomspensioen van een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind jonger dan 18 jaar is tariefgroep 4 voor de alleenstaande ouder gehanteerd. Ten aanzien van de overige ongehuwde pensioengerechtigden en de gehuwden is tariefgroep 2 als uitgangspunt genomen. Afhankelijk van de individuele situatie kan echter een indeling in een andere tariefgroep plaatsvinden.
     De volledige brutotoeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor een gehuwde.

 

3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW


     Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering de volgende nettogelijkheden:
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde met een volledige toeslag is gelijk aan de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar is gelijk aan 90% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand;
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand; en
- de nettovakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag of met een partner van 65 jaar of ouder, is gelijk aan 50% van de nettovakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
     In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voor zover in de hiervoor vermelde nettogelijkheden een verstoring optreedt.
     In onderstaand overzicht zijn de nieuwe nettovergelijkingen weergegeven [in guldens, red.]:

xxxxxxxxxxxxxxxxxxx Minimumloon AOWrgehuwd AOWrongehuwd AOWrongehuwd,
kind <18 jaar
Bruto per maand 187,61xxx 66,35xxx| 92,88xxxx| 119,42xxxxr
Overhevelingstoeslag 4,11xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie Zfw 2,90xxx xxx| xxxx| xxxxr
Premie WW 11,44xxx xxxxxx xxxxxxx xxxxxxxx
Loonheffing 68,37xxx 11,85xxx| 16,57xxxx| 21,31xxxxr
Netto per maand 109,01xxx 54,50xxx| 76,31xxxx| 98,11xxxxr

 

 
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x