|
18 november 1999/nr.
Z/F-2017957
De Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 3a,
eerste lid, eerste volzin, van de Ziekenfondswet
jº artikel II van de Wet van 28 oktober 1999, houdende uitbreiding van
de kring van verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet met zelfstandigen
voor wie, gelet op hun inkomen, toegang tot de sociale
ziektekostenverzekering
is aangewezen en tijdelijke wijziging van de indexering van de loongrens
alsmede wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (zelfstandigen
in Zfw) (Stb. 1999, 461), en artikel
9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering;
Gezien het rapport van het College
voor zorgverzekeringen van 23 september 1999 (VERZ/99044585);
Besluit:
Art. 1.
Het in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van
de Ziekenfondswet
genoemde bedrag wordt verhoogd tot ƒ64
600,00.
Art. 2.
Het in artikel 3c, eerste
lid, van de Ziekenfondswet genoemde
bedrag wordt verhoogd tot ƒ41
100,00.
Art. 3.
Het in artikel
9, tweede
lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering genoemde bedrag wordt
verhoogd tot ƒ215,00.
Art. 4.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari
2000.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers.
TOELICHTING
[18 oktober 1999]
In de wet van 28 oktober
1999, houdende uitbreiding van de kring
van verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet met zelfstandigen voor
wie, gelet op hun inkomen, toegang tot
de sociale ziektekostenverzekering
is aangewezen en tijdelijke wijziging
van de indexering van de loongrens alsmede wijziging van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964 (zelfstandigen in
Zfw) (Stb. 1999, 461) is geregeld dat zelfstandigen per 1 januari 2000 toegang tot de
ziekenfondsverzekering krijgen. De instroom van
zelfstandigen in de
ziekenfondsverzekering zal worden gecompenseerd
door een even grote uitstroom van
werknemers en hun medeverzekerden
uit de ziekenfondsverzekering. In artikel II van de
Wet van 28 oktober 1999 is daartoe een bepaling opgenomen die
regelt dat de gebruikelijke methodiek,
waarbij de loongrens van de ziekenfondsverzekering wordt aangepast op grond
van de ontwikkeling van de
loonindex, tijdelijk wordt vervangen door een
indexering op grond van de
prijsindex (tabelcorrectiefactor).
Deze tijdelijke wijziging
van de indexeringsmethodiek
wordt toegepast tot aan het jaar waarin
het beoogde evenwicht tussen de
instroom en uitstroom van
ziekenfondsverzekerden wordt bereikt. In dat
laatste jaar vindt nog een zogenaamde "finetuning" plaats door middel van
een eenmalige nominale aanpassing van
het bedrag van de loongrens en wel
zodanig dat aan het einde van dat
kalenderjaar het beoogde nieuwe evenwicht
zal zijn bereikt. Eén en ander
moet worden toegepast op een zodanige
wijze dat er nooit een nominale
verlaging van de loongrens zal optreden.
Naar verwachting zal op grond van dit
correctiemechanisme binnen een tijdsbestek
van twee tot drie jaar een nieuw
evenwicht in het aantal
ziekenfondsverzekerden zijn bereikt.
Toepassing van deze
nieuwe, tijdelijke indexeringsmethode leidt
voor het jaar 2000 tot een verhoging
van de loongrens naar ƒ64
600,-. Het
derde lid van artikel II van de
Wet van 28 oktober 1999 bepaalt dat bij de
eerste toepassing van de
tabelcorrectiefactor het sedert 1 januari 1999
ontstane verschil tussen de indexering op grond van
artikel 3a, eerste en tweede lid, van de Ziekenfondswet
en de
indexering op grond van de tabelcorrectiefactor wordt meegenomen.
Materieel betekent dit dat een herberekening
dient plaats te vinden van de
loongrens voor 1999, alsof de
tabelcorrectiefactor reeds in de aanpassing voor dat
jaar zou zijn toegepast. De
herberekende loongrens 1999 wordt vervolgens op
basis van opnieuw de
tabelcorrectiefactor aangepast voor het jaar 2000.
De loongrens voor het
jaar 1998 was onafgerond ƒ62
187,49.
Verhoging van dat bedrag met de tabelcorrectiefactor (prijsindex) voor 1999
(2,1%) en voor 2000 (1,6%) levert voor
het jaar 2000 een loongrens op van ƒ62
187,49 x 1,021 x 1,016 = ƒ64
509,32. Op grond van artikel 3a, derde
lid, van de Ziekenfondswet wordt dit bedrag op
ƒ100,- naar boven
afgerond en dat leidt derhalve tot
een loongrens van ƒ64
600,- voor het jaar 2000.
Artikel II, zesde lid, van
de Wet van 28 oktober 1999 bepaalt
dat de tabelcorrectiefactor ook op de zogenaamde opt-in-grens voor
particulier verzekerde personen van 65 jaar of ouder dient te worden toegepast. Dit
leidt tot de volgende opt-in-grens voor het
jaar 2000. De opt-in-grens voor
particulier verzekerden van 65 jaar of ouder bedroeg in 1998 ƒ39
546,65
(onafgerond). Toepassing van de
tabelcorrectiefactor van 1999 en 2000 levert
de volgende inkomensgrens op: ƒ39
546,65 x 1,021 x 1,016 = ƒ41
023,16. Ook
hiervoor geldt artikel 3a, derde lid,
van de Ziekenfondswet en derhalve wordt het
bedrag afgerond op ƒ41
100,-.
Het maximumpremiedagloon, genoemd in artikel
9,
tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering, wordt jaarlijks
geïndexeerd overeenkomstig de methode neergelegd in artikel
3a van de Ziekenfondswet. Op grond van het genoemde
artikel
9, tweede lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering
dient aanpassing van het bedrag van de
loongrens zelf ook te leiden tot
aanpassing van het bedoelde
maximumpremiedagloon. Artikel II van
de Wet van 28 oktober 1999 brengt hierin geen
verandering. Het achtste lid van artikel II
bepaalt namelijk dat het
maximumpremiedagloon geïndexeerd blijft
volgens de methode van artikel 3a van de
Ziekenfondswet. Dit leidt
tot een maximumpremiedagloon van ƒ215,- voor het jaar 2000.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst- Eilers.
|
|