1. De
aanwijzing van een begunstigde bij een sommenverzekering wordt,
wanneer zij is aanvaard of kan worden aanvaard, aangemerkt als een
gift, tenzij zij geschiedt ter nakoming van een verbintenis anders dan
een uit schenking. De artikelen 177, 179, 181, 182 en187 zijn op deze
giften niet van toepassing.
2. Als
waarde van een gift door begunstiging bij een sommenverzekering geldt de
waarde van de daaruit voortvloeiende rechten op uitkering. Indien de
begunstiging slechts ten dele als gift wordt aangemerkt, geldt als
waarde van de gift een evenredig deel van de waarde van de daaruit
voortvloeiende rechten op uitkering.
3. Het
bedrag dat de verzekeraar krachtens de wet of een overeenkomst met de
verzekeringnemer op de uitkering inhoudt, komt in de eerste plaats op de
waarde van de gift in mindering.