1. De
dood van de huurder of de verhuurder doet de huur niet eindigen.
2. Indien
de erfgenamen van de huurder niet bevoegd zijn de zaak aan een ander in
gebruik te geven, kunnen zij, onderscheidenlijk zijn echtgenoot of
geregistreerde partner in het geval zijn nalatenschap overeenkomstig
artikel 13 van Boek 4 wordt verdeeld, gedurende zes maanden na het
overlijden van hun erflater de overeenkomst op een termijn van tenminste
een maand opzeggen.
3. Indien
een huurder twee of meer erfgenamen nalaat, is de verhuurder verplicht
zijn medewerking te verlenen aan de toedeling van de rechten en
verplichtingen van de overleden huurder uit de huurovereenkomst door de
gezamenlijke erfgenamen aan een of meer van hen, tenzij de verhuurder
tegen een of meer van de aangewezenen redelijke bezwaren heeft. De
eerste zin is niet van toepassing indien de nalatenschap ingevolge
artikel 13 van Boek 4 is verdeeld.