1. Beantwoordt
het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan heeft bij een
consumentenkoop de koper voorts de bevoegdheid om:
a. de overeenkomst te ontbinden, tenzij
de afwijking van het overeengekomene, gezien haar geringe betekenis,
deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt;
b. de prijs te verminderen in
evenredigheid met de mate van afwijking van het overeengekomene.
2. De
in lid 1 bedoelde bevoegdheden ontstaan pas wanneer herstel en
vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen
worden, danwel de verkoper tekort is geschoten in een verplichting als
bedoeld in artikel 21 lid 3.
3. Voorzover
daarvan in deze afdeling niet is afgeweken zijn op de in lid 1 onder b
bedoelde bevoegdheid de bepalingen van afdeling 5 van titel 5 van Boek 6
omtrent ontbinding van een overeenkomst van overeenkomstige toepassing.
4. De
rechten en bevoegdheden genoemd in lid 1 en de artikelen 20 en 21 komen
de koper toe onverminderd alle andere rechten en vorderingen.