1. De
betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot servicekosten
beloopt het bedrag dat door de huurder en verhuurder is overeengekomen
of, bij gebreke van overeenstemming, het bedrag dat in overeenstemming
is met de voor de berekening daarvan geldende wettelijke voorschriften
of met hetgeen als een redelijke vergoeding voor de geleverde zaken en
diensten kan worden beschouwd.
2. De
verhuurder verstrekt de huurder elk jaar, uiterlijk zes maanden na het
verstrijken van een kalenderjaar, een naar de soort
uitgesplitstoverzicht van de in dat kalenderjaar in rekening gebrachte
servicekosten, met vermelding van de wijze van berekening daarvan.
Indien aan de verhuurder kosten in rekening worden gebracht die niet een
kalenderjaar betreffen, maar een andere periode van twaalf maanden, die
een boekjaar vormt en in het verstreken kalenderjaar eindigt, neemt de
verhuurder de kosten over die andere periode in het overzicht van dat
verstreken kalenderjaar op.
3. Bij
beëindiging van de huurovereenkomst heeft het overzicht als in lid 2
bedoeld betrekking op het tijdvak van het kalenderjaar dat op het
tijdstip van de beëindiging reeds is verstreken.
4. De
verhuurder biedt de huurder desverzocht de gelegenheid, na verstrekking
van het overzicht bedoeld in lid 2, tot inzage van de aan het overzicht
ten grondslag liggende boeken en andere bescheiden of van afschriften
daarvan.