1. De
koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel
daarvan wordt, indien de koper een natuurlijk persoon is die niet
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, schriftelijk
aangegaan.
2. De
tussen partijen opgemaakte akte of een afschrift daarvan moet aan de
koper ter hand worden gesteld, desverlangd tegen afgifte aan de verkoper
van een gedateerd ontvangstbewijs. Gedurende drie dagen na deze
terhandstelling heeft de koper het recht de koop te ontbinden. Komt,
nadat de koper van dit recht gebruik gemaakt heeft, binnen zes maanden
tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde zaak of hetzelfde
bestanddeel daarvan opnieuw een koop tot stand, dan ontstaat het recht
niet opnieuw.
3. De
leden 1–2 zijn van overeenkomstige toepassing op de koop van
deelnemings- of lidmaatschapsrechten die recht geven op het gebruik van
een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan.
4. Van
het in de leden 1–3 bepaalde kan niet ten nadele van de koper worden
afgeweken, behoudens bij een standaardregeling als bedoeld in artikel
214 van Boek 6.
5. De
leden 1–4 zijn niet van toepassing op huurkoop en koop op een openbare
veiling ten overstaan van een notaris. Zij zijn evenmin van toepassing
op een koop als bedoeld in artikel 48a onder a.