1. De
verpachter is verplicht op verlangen van de pachter gebreken te
verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de
gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de verpachter zijn te
vergen.
2. Deze
verplichting bestaat niet ten aanzien van de kleine herstellingen tot
het verrichten waarvan de pachter krachtens artikel 351 verplicht is, en
ten aanzien van gebreken voor het ontstaan waarvan de pachter jegens de
verpachter aansprakelijk is.
3. Is
de verpachter met het verhelpen in verzuim, dan kan de pachter dit
verhelpen zelf verrichten en de daarvoor gemaakte kosten, voor zover
deze redelijk waren, op de verpachter verhalen, desgewenst door deze in
mindering op de pachtprijs te brengen.