1. De
pachter is aansprakelijk voor schade aan het gepachte die is ontstaan
door een hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een
verplichting uit de pachtovereenkomst.
2. Alle
schade, behalve brandschade, wordt vermoed te zijn ontstaan door een hem
toe te rekenen tekortschieten als bedoeld in het eerste lid.
3. Onverminderd
artikel 358 lid 2 wordt de pachter vermoed het gepachte in goede staat
te hebben ontvangen.