1. Indien
de pachter binnen zes weken na de opzegging aan de verpachter bij
exploot of aangetekende brief meedeelt zich tegen de opzegging te
verzetten met opgave van de redenen waarop hij dit verzet grondt,
blijft de opgezegde overeenkomst van kracht, totdat de rechter
onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verpachter als
bedoeld in lid 2. De rechter kan evenwel, indien het verweer van de
pachter hem kennelijk ongegrond voorkomt, zijn toewijzend vonnis
uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
2. Indien
de pachter zich overeenkomstig het eerste lid tijdig tegen de opzegging
heeft verzet, kan de verpachter op de gronden vermeld in de opzegging
vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de
overeenkomst zal eindigen.