1. De
partij die de overeenkomst beëindigt zonder eerbiediging van haar
duur of zonder inachtneming van de wettelijke of overeengekomen
opzeggingstermijn en zonder dat de wederpartij daarin toestemt, is
schadeplichtig, tenzij zij de overeenkomst doet eindigen om een
dringende, aan de wederpartij onverwijld medegedeelde reden.
2. Dringende
redenen zijn omstandigheden van zodanige aard dat van de partij die de
overeenkomst doet eindigen, redelijkerwijs niet gevergd kan worden de
overeenkomst, zelfs tijdelijk, in stand te laten.
3. Indien
de beëindiging van de overeenkomst wegens een dringende reden gegrond
is op omstandigheden waarvoor de wederpartij een verwijt treft, is
laatstgenoemde schadeplichtig.
4. Een
beding waardoor aan een der partijen de beslissing wordt overgelaten of
er een dringende reden aanwezig is, is nietig.