1. De
hulpverlener voert verrichtingen in het kader van de
behandelingsovereenkomst uit buiten de waarneming van anderen dan de
patiënt, tenzij de patiënt ermee heeft ingestemd dat de
verrichtingen kunnen worden waargenomen door anderen. Indien de
hulpverlener apotheker is, is de verplichting, bedoeld in de eerste
volzin, niet van toepassing voor zover het de visuele waarneming door
anderen dan de patiënt betreft.
2. Onder
anderen dan de patiënt zijn niet begrepen degenen van wie beroepshalve
de medewerking bij de uitvoering van de verrichting noodzakelijk is.
3. Daaronder
zijn evenmin begrepen degenen wier toestemming ter zake van de
verrichting op grond van de artikelen 450 en 465 is vereist. Indien de
hulpverlener door verrichtingen te doen waarnemen niet geacht kan worden
de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen, laat hij zulks niet
toe.