1. Indien
het in geld vastgestelde loon afhankelijk is van de uitkomsten van de
te verrichten arbeid, houdt de werkgever de betalingstermijnen aan die
gelden voor het naar tijdruimte vastgestelde loon voor vergelijkbare
arbeid, tenzij met inachtneming van artikel 623 andere termijnen zijn
overeengekomen.
2. Indien
op de betaaldag het bedrag van het loon als genoemd in lid 1 nog niet te
bepalen is, is de werkgever verplicht tot voldoening van een voorschot
ten bedrage van het loon waarop de werknemer gemiddeld per
betalingstermijn aanspraak kon maken over de drie maanden voorafgaande
aan de betaaldag of, indien dat niet mogelijk is, ten bedrage van het
voor vergelijkbare arbeid gebruikelijke loon.
3. Schriftelijk
kan worden overeengekomen dat het voorschot op een lager bedrag wordt
gesteld, maar niet op minder dan drie vierde van het gemiddelde loon
over drie maanden voorafgaande aan de betaaldag onderscheidenlijk van
het voor vergelijkbare arbeid gebruikelijke loon.
4. Voor
zover het in geld vastgestelde loon bestaat in een bedrag dat
afhankelijk is gesteld van enig gegeven dat uit de boeken, bescheiden of
andere gegevensdragers van de werkgever moet kunnen blijken, is de
werkgever tot voldoening verplicht telkens wanneer het bedrag van dat
loon kan worden bepaald, met dien verstande dat ten minste eenmaal per
jaar voldoening plaatsvindt.
5. Slechts
aan de werknemer komt de bevoegdheid toe om ter vernietiging van een
beding dat afwijkt van dit artikel, een beroep op de vernietigingsgrond
te doen.