1. Indien
een arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week is overeengekomen en
de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn
vastgelegd, dan wel indien de omvang van de arbeid niet of niet
eenduidig is vastgelegd, heeft de werknemer voor iedere periode van
minder dan drie uur waarin hij arbeid heeft verricht, recht op het
loon waarop hij aanspraak zou hebben indien hij drie uur arbeid zou
hebben verricht.
2. Van
dit artikel kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.