1. De
rechter wijst een vordering tot nakoming van de verplichting, bedoeld
in artikel 658a lid 2, af, indien bij de eis niet een verklaring is
gevoegd van een deskundige, benoemd door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, omtrent de nakoming van die
verplichting door de werkgever.
2. Lid
1 geldt niet indien de nakoming niet wordt betwist of het overleggen van
de verklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd.
3. De
deskundige, die zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht zijn
onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen.
4. De
deskundige die de hoedanigheid van arts bezit, kan de voor zijn
onderzoek van belang zijnde inlichtingen over de werknemer inwinnen bij
de behandelend arts of de behandelend artsen. Zij verstrekken de
gevraagde inlichtingen voor zover daardoor de persoonlijke levenssfeer
van de werknemer niet onevenredig wordt geschaad.
5. De
rechter kan op verzoek van een der partijen of ambtshalve bevelen dat de
deskundige zijn verklaring nader schriftelijk of mondeling toelicht of
aanvult.
6. De
werknemer wordt ter zake van een vordering als bedoeld in het eerste lid
slechts in de kosten van de werkgever, bedoeld in artikel 237 van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, veroordeeld in geval van
kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
7. Bij
collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een
daartoe bevoegd bestuursorgaan kan worden bepaald dat de in het eerste
lid bedoelde deskundige door een ander dan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt aangewezen.