1. Indien
de arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de tijd, bedoeld in
artikel 667 lid 1, door partijen zonder tegenspraak wordt voortgezet,
wordt zij geacht voor dezelfde tijd, doch telkens ten hoogste voor een
jaar, op de vroegere voorwaarden wederom te zijn aangegaan.
2. Hetzelfde
geldt, wanneer in de gevallen waarin opzegging nodig is, tijdige
opzegging achterwege blijft en de gevolgen van de voortzetting der
arbeidsovereenkomst niet opzettelijk zijn geregeld.