1. Vanaf
de dag dat tussen dezelfde partijen:
a. arbeidsovereenkomsten voor bepaalde
tijd elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben
opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen,
hebben overschreden, geldt met ingang van die dag de laatste
arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd;
b. meer dan 3 voor bepaalde tijd
aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met
tussenpozen van niet meer dan 3 maanden, geldt de laatste
arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Lid
1 is van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende
arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers,
die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten
worden elkanders opvolger te zijn.
3. Lid
1, onderdeel a en laatste zinsnede, is niet van toepassing op een
arbeidsovereenkomst aangegaan voor niet meer dan 3 maanden die
onmiddellijk volgt op een tussen dezelfde partijen aangegane
arbeidsovereenkomst voor 36 maanden of langer.
4. De
termijn van opzegging wordt berekend vanaf het tijdstip van
totstandkoming van de eerste arbeidsovereenkomst als bedoeld onder a of
b van lid 1.
5. Van
de leden 1 tot en met 4 kan slechts bij collectieve arbeidsovereenkomst
of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan worden
afgeweken ten nadele van de werknemer.