1. De
artikelen 670 en 670a zijn niet van toepassing bij een opzegging
gedurende de proeftijd of wegens een dringende reden.
2. De
leden 1 tot en met 9 van artikel 670 en artikel 670a zijn niet van
toepassing indien de werknemer schriftelijk met de opzegging instemt of
indien de opzegging geschiedt wegens de beëindiging van de
werkzaamheden van de onderneming of van het onderdeel van de
onderneming, waarin de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam
is. De opzegging wegens beëindiging van de werkzaamheden kan evenwel
niet betreffen de werkneemster die zwangerschaps- of bevallingsverlof
geniet als bedoeld in artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
3. Artikel
670, lid 1, aanhef en onder a, is niet van toepassing, indien de
werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte
verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, zonder deugdelijke grond
weigert:
a. gevolg te geven aan door de
werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke
voorschriften en mee te werken aan door de werkgever of een door hem
aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen
de eigen of andere passende arbeid te verrichten;
b. passende arbeid als bedoeld in
artikel 658a lid 4 te verrichten waartoe de werkgever hem in de
gelegenheid stelt;
c. zijn medewerking te verlenen aan het
opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld
in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen dan wel artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.