1. De
gefixeerde schadevergoeding, bedoeld in artikel 677 lid 4, is gelijk
aan het bedrag van het in geld vastgesteld loon voor de tijd, dat de
arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te
duren.
2. Is
het loon van de werknemer, hetzij voor het geheel, hetzij gedeeltelijk,
niet naar tijdruimte vastgesteld, dan geldt de maatstaf van artikel 618.
3. Elk
beding waarbij ten behoeve van de werknemer een gefixeerde
schadevergoeding tot een lager bedrag wordt bedongen, is nietig.
4. Bij
schriftelijke overeenkomst mag een gefixeerde schadevergoeding tot een
hoger bedrag worden vastgesteld.
5. De
rechter is bevoegd de gefixeerde schadevergoeding, zo deze hem met het
oog op de omstandigheden van het geval bovenmatig voorkomt, op een
kleinere som te bepalen, doch niet op minder dan het in geld vastgesteld
loon voor de duur van de opzeggingstermijn ingevolge artikel 672, noch
op minder dan het in geld vastgesteld loon voor 3 maanden.
6. Indien
de door de werknemer verschuldigde gefixeerde schadevergoeding meer
bedraagt dan het in geld vastgesteld loon voor een maand of de door de
werkgever verschuldigde gefixeerde schadevergoeding meer bedraagt dan
het in geld vastgesteld loon voor 3 maanden, kan de rechter toestaan dat
de schadevergoeding op door hem te bepalen wijze in termijnen wordt
betaald.
7. Over
het bedrag van de verschuldigde gefixeerde schadevergoeding is de
wettelijke rente verschuldigd, te rekenen van de dag waarop de
arbeidsovereenkomst is geëindigd.