1. Degene
aan wie een zaak is toegezonden en die redelijkerwijze mag aannemen
dat deze toezending is geschied ten einde hem tot een koop te bewegen,
is ongeacht enige andersluidende mededeling van de verzender jegens
deze bevoegd de zaak om niet te behouden, tenzij het hem is toe te
rekenen dat de toezending is geschied.
2. De
toezending aan een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening
van een beroep of bedrijf van een niet door deze bestelde zaak met het
verzoek tot betaling van een prijs, terugzending of bewaring, is niet
toegestaan. Wordt desalniettemin een zaak toegezonden als bedoeld in de
eerste volzin, dan is het in lid 1 bepaalde omtrent de bevoegdheid, de
zaak om niet te behouden, van overeenkomstige toepassing.
3. Indien
de ontvanger in de gevallen, bedoeld in de leden 1–2, de zaak
terugzendt, komen de kosten hiervan voor rekening van de verzender.
4. Lid
2 is van overeenkomstige toepassing op het verrichten ten behoeve van
een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep
of bedrijf van een niet door deze opgedragen dienst.