|
Art. 3.
[Geregistreerd partnerschap, gehuwd, ongehuwd en
gezamenlijke huishouding | Besluit aanwijzing
registraties gezamenlijke huishouding | AMvB m.b.t. blijk geven zorg
te dragen voor een ander] [Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
1997, 660 + bis; Stb.
2003, 376] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3498; AA3567; AA3687; AA3943;
AA4072; AA4808;
AA5738; AA7123;
AA8680; AB0237;
AB2488; AD5366;
AD5912;
AD7128; AE0165;
AE1085; AE3698;
AE3721; AE4247;
AE6057;
AE6090;
AF1081;
AT0236; AT0237]
-1. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners;
c. huwelijk: geregistreerd partnerschap;
d. gehuwd: als partner geregistreerd;
e. gehuwde: als partner geregistreerde;
f. gehuwden: als partners
geregistreerden;
g. echtscheiding: beëindiging van een
geregistreerd partnerschap anders dan door de dood of
vermissing.
-2. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede
aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke
huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de
eerste graad;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene
die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd
is.
-3. Van een gezamenlijke huishouding is sprake
indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben
en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het
leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel
anderszins.
-4. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder
geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf
hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of
eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn
aangemerkt;
b. uit hun relatie een kind is geboren
of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de
ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben
tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend
samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie
worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard
en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld
in het derde lid.
-5. Bij algemene maatregel van bestuur wordt
vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in
aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid,
onderdeel d. [Bargh98]
-6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen
regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder
het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in
het derde lid.
|
|