|
Art.
8.
[Bijstand aan zelfstandige | Bijstand
ter voorziening in bedrijfskapitaal en in voorbereidingskosten zelfstandige | Besluit bijstandverlening
zelfstandigen]
[Geschiedenis: MvT;
versie 12 april 1995; Stb.
1997, 178; Stb. 1999,
542; Stb.
2001, 109; Stb.
2003, 376] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3763; AA3772; AA5019;
AA7064; AE6058;
AE6084;
AF1408]
-1. Aan de zelfstandige die gedurende een
redelijke termijn als zodanig werkzaam is geweest en wiens
bedrijf of zelfstandig beroep levensvatbaar is, wordt gedurende
ten hoogste twaalf maanden algemene bijstand verleend. Verlenging van
deze termijn met ten hoogste 24 maanden is mogelijk indien de
oorzaak van de behoefte aan bijstand is gelegen in externe
omstandigheden van tijdelijke aard.
-2. Aan de persoon of de echtgenoot van de
persoon die uit hoofde van werkloosheid een uitkering ontvangt en
die een bedrijf of zelfstandig beroep begint dat levensvatbaar is,
wordt na beëindiging van die uitkering gedurende ten hoogste 36
maanden algemene bijstand verleend.
Verlenging van deze termijn is mogelijk indien de belanghebbende
om redenen van medische of sociale aard niet volledig beschikbaar
is voor de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep.
-3. De zelfstandige wiens bedrijf of
zelfstandig beroep niet levensvatbaar is, heeft in zijn
hoedanigheid van zelfstandige geen recht op bijstand, tenzij
belanghebbende:
a. 55 jaar of ouder is, het bedrijf of
zelfstandig beroep gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag heeft uitgeoefend en
hieruit een inkomen geniet dat duurzaam ontoereikend is om in de
noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien; dan wel
b. zich verplicht de activiteiten in het
bedrijf of zelfstandig beroep zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
binnen twaalf maanden, te beëindigen. Verlenging van deze termijn met
ten hoogste twaalf maanden is op verzoek van de belanghebbende
mogelijk voor zover de beëindiging naar het oordeel van burgemeester en wethouders een langere termijn noodzakelijk maakt.
-4. Aan de zelfstandige die om
gezondheidsredenen niet of slechts beperkt in staat is tot het
uitoefenen van zijn bedrijf of zelfstandig beroep en die een
uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft
aangevraagd, wordt algemene bijstand verleend
tot het tijdstip waarop een beslissing ingevolge genoemde wet is
genomen. Daarna kan aan de belanghebbende in zijn hoedanigheid
van zelfstandige slechts bijstand worden verleend met toepassing
van het eerste, derde of vijfde lid.
-5. Bijstand ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal kan slechts worden verleend aan de zelfstandige,
bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, onderdeel a,
alsmede in de tweede volzin van het vierde lid.
-6. Bijstandverlening aan een persoon
die algemene bijstand ontvangt, die voornemens is een bedrijf of
zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet
beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking, kan gedurende
een voorbereidingsperiode van ten hoogste twaalf maanden worden
voortgezet. In een zodanig geval:
a. is artikel
113, eerste lid,
onderdeel a, b, c, d en f, niet
van toepassing;
b. is de belanghebbende
verplicht mee te werken aan begeleiding door een door burgemeester
en wethouders aangewezen derde; en
c. kan tot een bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen
maximumbedrag bijstand worden verleend ter voorziening in met de
voorbereiding samenhangende kosten. [Bbz]
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur worden nadere regels gesteld ten aanzien van de verlening van
bijstand als bedoeld in dit artikel. [Bbz]
|
|