|
Art.
9.
[Uitsluiting van bijstand |
Gebruikelijke vakantieduur | Regeling gebruikelijke vakantieduur |
Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid]
[Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
1995, 676; Stb. 1995, 691;
Stb. 1998, 59; Stb.
1998, 412; Stb. 1998,
742; Stb. 1999, 595;
Stb. 2000,
286; Stb.
2001, 225; Stb. 2003,
298; Stb.
2003, 376; Stb. 2004, 306;
Stb. 2004, 700] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3508; AA4301; AA5111;
AA5390; AA6935;
AA8538; AA8691;
AB0577; AB0578;
AC1903; AD3420;
AD3845; AD5014;
AD5479; AE4370;
AE6671; AE7389;
AE8634; AT0206]
-1. Geen recht op bijstand heeft degene:
a. aan wie rechtens zijn vrijheid is
ontnomen;
b. die zijn militaire of vervangende
dienstplicht vervult;
c. die wegens werkstaking of uitsluiting
niet deelneemt aan de arbeid, voor zover diens gebrek aan middelen
daarvan het gevolg is;
d. die in Nederland zijn woonplaats
heeft doch die, langer dan de gebruikelijke vakantieduur,
verblijf houdt buiten Nederland;
e. die jonger is dan 18 jaar.
-2. Geen recht op algemene bijstand heeft
degene:
a. van 18, 19 of 20 jaar die in een
inrichting verblijft;
b. vervallen;
c. wiens voor werkzaamheden beschikbare
tijd voor ten minste 19 uur per week in beslag wordt genomen door
of in verband met het volgen van onderwijs of van een
beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of opleiding als
bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdeel
e, dan wel
een scholing of opleiding als voorziening op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden;
d. die uitkering op grond van de
Wet
inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt of die gehuwd is met een
persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
e. die onbetaald verlof geniet als
bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet
of die gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek
aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij belanghebbende
alleenstaande ouder is voor wie de verplichtingen op grond van
artikel 107, tweede lid, niet gelden en hij verlof geniet als
bedoeld in artikel 644 van Boek
7 van het Burgelijk Wetboek.
-3. Onze Minister kan regels stellen omtrent
hetgeen wordt verstaan onder de gebruikelijke vakantieduur, genoemd
in het eerste lid, onderdeel d. [RgvA]
-4. Het eerste lid, onderdeel a,
is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan
te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van
een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt
buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor
verpleging van terbeschikkinggestelden of een inrichting voor
justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als
bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening. [Bevsz]
|
|