|
Art. 14d.
[Geen boete hangende onderzoek OM
| Una via m.b.t. strafvervolging] ¹ [Geschiedenis:
Stb. 1996, 248; Stb.
2003, 376;
Stb. 2003, 386; Stb.
2009, 265]
-1. Een boete wordt niet opgelegd zolang de
gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
-2. De oplegging van een boete blijft
definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de
belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek
ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht
tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek
van Strafrecht.
-3. Het openbaar ministerie doet van een
omstandigheid als bedoeld in het eerste en tweede lid mededeling
aan burgemeester en wethouders.
1. Bij Besluit
van 10 oktober 2003, Stb. 2003, 386, is bepaald dat
artikel 14d vervalt op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip; ingevolge
het Besluit van 21 januari 2005, Stb. 2005,
35, vervalt artikel 14d, voor zover het niet betreft
zelfstandigen als bedoeld in artikel 7
van de Invoeringswet Wet werk en bijstand, met ingang van 1 februari
2005. Ingevolge artikel 78g,
tweede lid, van de Wet werk en bijstand
vervalt artikel 14d, voor zover het betreft zelfstandigen
als bedoeld in artikel 78f van
de Wet werk en bijstand, op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
ingevolge artikel
2, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 839, is
artikel 14d, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel
78f van de Wet werk en bijstand,
met ingang van 1 juli 2011 vervallen, red.
|
|