|
Art.
17.
[Geen bijstand indien voorliggende
voorziening en indien sprake van ontwikkelingsgeneeskunde]
[Geschiedenis:
MvT; versie
12 april 1995;
Stb.
1997, 193; Stb.
1997, 515; Stb.
1998, 59; Stb.
1998, 742; Stb.
2000, 359; Stb.
2003, 376] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3508; AA3716; AA4131;
AA4888; AA6778;
AA7188; AB1608;
AD3656;
AE3712; AE3803;
AE4212; AE6365;
AE8099;
AE8634;
AE8636;
AE8637;
AF0905]
-1. Geen recht op bijstand bestaat voor
zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening
die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de
belanghebbende toereikend en passend te zijn.
-2. Het recht op bijstand strekt zich evenmin
uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet
noodzakelijk worden aangemerkt.
-3. In afwijking van het eerste en tweede lid
kunnen burgemeester en wethouders voor de aldaar bedoelde kosten
bijstand verlenen indien en zolang, gelet op alle omstandigheden,
daartoe zeer dringende redenen aanwezig zijn.
-4. Geen bijstand wordt verleend voor kosten
van medische behandelingen en verrichtingen die gerekend kunnen
worden tot de ontwikkelingsgeneeskunde als bedoeld in de Wet
op bijzondere medische verrichtingen, of
wanneer zodanige medische behandelingen en verrichtingen buiten
Nederland plaatsvinden.
-5. De Wet inkomensvoorziening kunstenaars
geldt niet als een voorliggende voorziening als bedoeld in het
eerste lid.
|
|