|
Art.
20.
[Recht op bijstand indien eigen woning | Besluit
krediethypotheek bijstand] ¹ [Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
1995, 691; Stb. 1998, 742;
Stb. 2000, 299; Stb.
2001, 481; Stb. 2003, 376;
Stb. 2008, 586]
• [Jurisprudentie:
LJN AA6465; AB1309;
AB2256;
AD9473]
-1. De belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of
zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf heeft recht op
bijstand voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring,
anders dan ingevolge dit artikel, van het in de woning met
bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden
verlangd.
-2. Indien voor de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid,
recht op algemene bijstand bestaat, heeft die bijstand de vorm van
een geldlening onder verband van hypotheek:
a. indien de bijstand over een periode van
één jaar, te
rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend,
naar verwachting meer bedraagt dan het nettominimumloon, bedoeld in artikel 55, eerste lid; en
b. voor zover het vermogen gebonden in de woning met
bijbehorend erf op grond van het derde lid niet buiten beschouwing
blijft.
-3. Van het vermogen gebonden in de woning met
bijbehorend erf blijft buiten beschouwing:
a. €|6807,00
alsmede de helft van het meerdere, doch in
totaal ten hoogste €|27
227,00; en
b. het bedrag waarmee het bij de aanvang van de
bijstandverlening aanwezige overige vermogen minder bedraagt dan
de toepasselijke vermogensgrens, genoemd in artikel
54.
-4. Indien bijzondere bijstand wordt verleend, kunnen
burgemeester en wethouders, indien wordt voldaan aan de in het
tweede lid genoemde voorwaarden, deze bijstand verstrekken in de
vorm van een geldlening onder verband van hypotheek, tenzij de
belanghebbende recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel
8, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars.
-5. Indien de bijstand naar verwachting minder bedraagt dan het
bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kunnen burgemeester en wethouders deze bijstand uitsluitend
verstrekken in de vorm van een geldlening, borgtocht of een uitkering om niet.
-6. Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing:
a. op de zelfstandige;
b. indien het een woonwagen betreft.
-7. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder bijstand in de
vorm van een geldlening onder verband van hypotheek wordt
verleend. [Bkb]
1. Ingevolge artikel
78c van de Wet werk en bijstand
blijft artikel 20 van toepassing op bijstand die op 31
december 2003 werd verleend met toepassing van artikel 20,
red.
|
|