|
Art. 43.
[Mede tot/niet tot middelen
gerekend | Premies | Verordening vrijlating inkomsten |
Ministeriële regeling m.b.t. lid 2j en n | Regeling
vrijlating immateriële schadevergoeding Algemene bijstandswet]
[Geschiedenis:
MvT; versie
12 april 1995; Stb. 1995,
200; Stb. 1995, 691;
Stcrt.
1996, 43; Stcrt. 1996, 121;
Stcrt. 1996, 247; Stb.
1997, 197; Stb. 1997, 193;
Stcrt. 1997, 119; Stcrt.
1997, 175; Stcrt. 1997, 244;
Stb. 1997, 728; Stcrt.
1998,
60; Stb.
1998, 289; Stcrt.
1998, 119; Stcrt. 1998,
242; Stb.
1998, 742 + bis; Stcrt.
1999, 122; Stcrt.
1999, 243; Stcrt. 2000, 15;
Stcrt. 2000, 123; Stb.
2000, 575; Stcrt.
2000, 245; Stb. 2000, 571;
Stb. 2001, 109; Stcrt.
2001, 122; Stb.
2001, 426; Stcrt.
2001, 198; Stcrt. 2001, 244;
Stcrt. 2002, 125; Stcrt.
2002, 241; Stcrt. 2003, 57;
Stcrt. 2003, 119; Stb.
2003, 376] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3468; AA4021; AA6725;
AA8962; AB2483;
AE2699; AE3262;
AE3952]
-1. Tot de middelen van de belanghebbende
worden mede de middelen gerekend die ten behoeve van zijn
levensonderhoud door een niet in de bijstand begrepen persoon
worden ontvangen.
-2. Niet tot de middelen van de belanghebbende
worden gerekend:
a. de middelen die deze ontvangt ten
behoeve van het levensonderhoud van een niet in de bijstand
begrepen persoon;
b. kinderbijslag ontvangen ten behoeve
van zijn in of buiten Nederland woonachtige kinderen;
c. de kinderkorting en de
aanvullende kinderkorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet
inkomstenbelasting 2001;
d.
huursubsidie ontvangen op grond van
de Huursubsidiewet, of een bijzondere bijdrage in de huurlasten
ontvangen op grond van artikel 26b van die
wet;
e. vergoedingen en tegemoetkomingen
voor, alsmede de vermindering of teruggave van, loonbelasting of
inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen op grond van
kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten behoren, tenzij voor deze kosten bijstand wordt verleend;
f. vrije vergoedingen en vrije
verstrekkingen als bedoeld in hoofdstuk IIa van de Wet
op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en
verstrekkingen bijstand wordt verleend;
g. inkomsten uit arbeid van de tot zijn
last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen werkloosheids-
en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, tenzij het de verlening
van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke
kosten van het bestaan van die kinderen;
h. rente ontvangen over op grond van
artikel 52, eerste lid, onderdeel b, c en d,
niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
i. een eenmalige premie voor het
voltooien van een scholing of opleiding als bedoeld in artikel
114, voor zover een bedrag van €|1316,00
niet wordt overschreden;
j. premies die al dan niet eenmalig
boven het rechtens geldende loon worden verstrekt voor het
aanvaarden of behouden van arbeid, voor zover deze premies binnen
een tijdvak van één jaar tezamen minder bedragen dan €|1952,00;
k. een uitkering in verband met geleden
immateriële schade voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte
van de uitkering, uit een oogpunt van bijstandverlening
verantwoord is;
l. de eenmalige uitkering toegekend aan
oud-mijnwerkers in verband met silicose;
m. inkomsten uit arbeid tot
€|89,00
per
maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in
totaal €|163,00
per maand, beide voor zover hij algemene bijstand
ontvangt en behoort tot een categorie van personen voor wie één of
meer van de verplichtingen, bedoeld in artikel
113, eerste lid,
niet gelden op grond van het bepaalde bij of krachtens de
artikelen 107, tweede lid, of 113, vierde lid;
n. inkomsten uit arbeid tot
€|89,00
per
maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in
totaal €|163,00
per maand, beide voor zover hij algemene bijstand
ontvangt en hij behoort tot een categorie van personen die
overeenkomstig een verordening van het gemeentebestuur om redenen
van medische of sociale aard is aangewezen op het verrichten van
arbeid in deeltijd;
o. de eenmalige uitkering ingevolge de
Uitkeringswet
tegemoetkoming twee- tot vijfjarige diensttijd veteranen;
p. subsidies die op grond van
artikel 3
van de Wet inschakeling werkzoekenden worden verstrekt voor het
onverplicht, in georganiseerd verband, verrichten van onbetaalde
maatschappelijk nuttige activiteiten, voor zover deze subsidies:
1º. binnen een tijdvak van één
kalendermaand minder bedragen dan €|81,00; en
2º. worden verstrekt aan een
langdurig werkloze als bedoeld in artikel
1, eerste lid,
onderdeel e, van de Wet inschakeling
werkzoekenden, dan wel
aan een belanghebbende die behoort tot een categorie van personen
voor wie één of meer van de verplichtingen, bedoeld in artikel
113, eerste lid, niet gelden op grond van de artikelen
107, eerste
en tweede lid, 113, vierde lid, of 114a;
q. eigenwoningbijdrage of
een bijzondere bijdrage ontvangen op grond van de Wet
bevordering eigenwoningbezit;
r. individuele
uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse,
Sinti-, Roma- en Indische gemeenschappen.
-3. Een uitkering tot levensonderhoud op grond
van Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger
dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, wordt niet tot de
middelen van de belanghebbende gerekend voor zover deze uitkering
op grond van artikel 10 reeds in aanmerking is
genomen bij de
vaststelling van het recht op bijzondere bijstand.
-4. Onze Minister
kan regels stellen omtrent
de gevallen waarin:
a. het tweede lid, onderdeel j
of n, niet van toepassing is;
b. een uitkering als bedoeld in het
tweede lid, onderdeel k, niet tot de middelen van de
belanghebbende gerekend wordt. [RvisA]
|
|