|
Art. 51.
[Definitie vermogen] [Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
1995, 691; Stb. 1998,
742; Stb.
2003, 376] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3503; AA7064;
AB2256; AB2260;
AD3427; AE1353;
AE2641; AE3952;
AE7159;
AE9538]
-1. Onder vermogen wordt verstaan:
a. de waarde van de bezittingen waarover
de alleenstaande of het gezin bij de aanvang van de
bijstandverlening beschikt of redelijkerwijs kan beschikken,
verminderd met de op dat tijdstip aanwezige schulden;
b. de op grond van paragraaf 1
in
aanmerking genomen middelen die worden ontvangen tijdens de
periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan, voor zover deze
geen inkomen zijn als bedoeld in artikel 47.
-2. Bij de verlening van bijstand aan een
zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep tezamen met
één
of meer anderen uitoefent, wordt onder vermogen mede verstaan het
vermogen van die anderen.
|
|