|
Art. 52.
[Niet als vermogen aangemerkt]
[Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
1995, 691; Stb. 1998,
742 + bis;
Stb.
2003, 376] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3503; AA6725;
AB2256; AB2260;
AB3075; AE2699;
AE3952; AE7159]
-1. Niet als vermogen wordt in aanmerking
genomen:
a. bezittingen in natura die naar hun
aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de
omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
b. het bij de aanvang van de bijstand
aanwezige vermogen voor zover dit minder bedraagt dan de
toepasselijke vermogensgrens, genoemd in artikel
54;
c. vermogen ontvangen tijdens de periode
waarover beroep op bijstand wordt gedaan, tot het bedrag dat het
bij de aanvang van de bijstandverlening aanwezige vermogen minder
bedroeg dan de toepasselijke vermogensgrens, genoemd in artikel
54;
d. spaargelden opgebouwd tijdens de
periode waarin bijstand wordt ontvangen;
e. een uitkering in verband met geleden
immateriële schade voor zover dit, gelet op de aard en de hoogte
van de uitkering, vanuit een oogpunt van bijstandverlening
verantwoord is.
-2. Voor de zelfstandige wordt niet als
vermogen in aanmerking genomen:
a. bezittingen in natura die naar hun
aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de
omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
b. het voor de uitoefening van het
bedrijf of zelfstandig beroep noodzakelijke vermogen, waaronder
mede begrepen het vermogen gebonden in de door de zelfstandige of
zijn gezin in eigendom bewoonde woning met bijbehorend erf.
|
|