|
Art. 69a.
[Opschorten
recht op bijstand bij afwijkend adres] [Geschiedenis:
Stb. 2001, 67; Stb.
2003, 376]
-1. Indien bij de beoordeling van het
recht op bijstand blijkt dat het door een belanghebbende
verstrekte adres van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind
afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, schorten
burgemeester en wethouders het recht op bijstand op.
-2.
Geen opschorting vindt plaats:
a. indien de afwijking
redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de
hoogte van de bijstand;
b. indien de belanghebbende
van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt;
c. indien daarvoor naar het
oordeel van burgemeester en wethouders dringende redenen aanwezig
zijn.
-3. Burgemeester en wethouders doen
schriftelijk mededeling van de opschorting aan de belanghebbende
en stellen hem daarbij in de gelegenheid de in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adresgegevens te
doen aanpassen binnen een door burgemeester en wethouders te
stellen termijn.
-4. De opschorting wordt beëindigd
zodra het aan burgemeester en wethouders gebleken is dat de
afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de
krachtens het derde lid gestelde termijn nog bestaat, herzien
burgemeester en wethouders het besluit tot toekenning van de
bijstand, of trekken zij dit in, met ingang van de eerste dag
waarover het recht op bijstand is opgeschort.
|
|