|
Art. 81.
[Terugvordering bij onvoldoende
besef van verantwoordelijkheid en bij niet nakomen verplichting |
Terugvordering van ten onrechte verleende bijstand |
Vervaltermijn] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
1996, 248; Stb.
2003, 376] • [Jurisprudentie:
LJN AA3546; AA3687;
AA4072;
AA4808;
AA5668; AA5738;
AA6711; AA6725;
AA6936;
AA7084; AA8239;
AA9382; AB0237;
AB0596; AB1261;
AB1792; AB1797;
AB2256; AB3076;
AB3331; AC1903;
AD3845; AD3998;
AD5912; AD6630;
AE1085; AE1887;
AE3713; AE3721;
AE4236; AE4247;
AE6820;
AE6822;
AE7159;
AE7242;
AE7599;
AE8643;
AE9538;
AF0896; AR7248;
AT0206; AT0233;
AT0237]
-1. Bijstand die als gevolg van een besluit als
bedoeld in artikel 14 of 69, derde of vierde lid, ten onrechte of
tot een te hoog bedrag is verleend, wordt van de belanghebbende
teruggevorderd.
-2. Hetgeen anderszins onverschuldigd is
betaald, wordt teruggevorderd voor zover de belanghebbende dit
redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
-3. Terugvordering als bedoeld in het tweede
lid vindt niet plaats indien de betreffende kosten zijn gemaakt
meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit
tot terugvordering.
|
|