|
Art. 107.
[Niet opleggen verplichting]
¹ [Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
1995, 691; Stb.
2003, 376; Stb. 2003, 386]
• [Jurisprudentie:
LJN AA4116; AA9416;
AB2485; AD5103;
AE7389;
AF0888; AP1140]
-1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten
verplichtingen als bedoeld in dit hoofdstuk niet op te leggen,
dan wel van zodanige verplichtingen tijdelijk ontheffing te
verlenen, in gevallen waarin daartoe naar hun oordeel aanleiding
bestaat om redenen van medische of sociale aard, dan wel om
redenen gelegen in de aard en het doel van de bijstand.
-2. Voor de ouder met een volledige verzorgende
taak voor één of meer ten laste komende kinderen, dan wel
pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden niet de verplichtingen,
bedoeld in artikel 113, eerste lid.
-3. Ten aanzien van een ouder met een
gedeeltelijk verzorgende taak of gehuwden die de verzorgende taak,
bedoeld in het tweede lid, gezamenlijk uitoefenen, geldt dat de
verplichtingen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, aan die ouder
onderscheidenlijk die ouders worden opgelegd met dien verstande
dat deze onderscheidenlijk ieder van beiden voor de helft van de
geldende volledige arbeidstijd per week beschikbaar moet zijn voor
inschakeling in de arbeid.
1. Bij Besluit
van 10 oktober 2003, Stb. 2003, 386, is bepaald dat artikel 107
vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip; ingevolge
het Besluit van 21 januari 2005, Stb. 2005,
35, vervalt de artikel 107 met ingang van 1 februari 2005, red.
|
|