|
Art.
122. [Instanties
en personen die verplicht zijn
gegevens te verstrekken | Inlichtingenbureau | Besluit
inlichtingenbureau gemeenten] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
1995, 676; Stb.
1997, 162; Stb.
1997, 197; Stb.
1998, 742; Stb. 1999,
185; Stb. 2000,
286; Stb.
2000, 496; Stb.
2000,
575; Stb.
2001, 23; Stb.
2000, 628; Stb.
2001, 225; Stb.
2001, 625; Stb.
2003, 376]
-1. De hieronder vermelde
instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en
wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van artikel
120,
derde lid, aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben
verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand, aan de Centrale organisatie werk en inkomen,
kosteloos opgaven en
inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
deze wet:
a. burgemeester en
wethouders van andere gemeenten;
b. de Centrale
organisatie werk en inkomen, het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
en de Sociale verzekeringsbank;
c. de belastingdienst;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in
artikel
1a van de Ziekenfondswet, het
College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u
van
de Ziekenfondswet, de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars
en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
e. de
bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen,
stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en
andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij
of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers als inkomen worden aangemerkt;
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit
lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet
1996 vastgestelde vergoeding;
g. de korpschef en de
bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet
2000;
h. Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende
de toepassing van de Huursubsidiewet
en de
Wet
bevordering eigenwoningbezit;
i. de Informatie Beheer
Groep betreffende de toepassing van de Wet
studiefinanciering 2000,
de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
j. Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreffende de omvang van de
productiebeperkende maatregelen voor het bedrijf van de ondernemer in de
agrarische sector;
k. Onze Minister van
Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is
ontnomen;
l. de instanties en
personen die woonruimte verhuren;
m. de instanties die in
het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren.
-2. Het vragen door
burgemeester en wethouders en het verstrekken door de in het eerste lid
bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen geschiedt in bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur te bepalen gevallen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het
Inlichtingenbureau voert ten behoeve van de verwerking van deze
opgaven en inlichtingen een administratie. [BIg]
-3. Griffiers van
colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan
burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van
artikel 120, derde lid, aan de
Centrale organisatie werk
en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten
inzake de verlening van bijstand, aan de Centrale organisatie werk en
inkomen, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van
uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van deze wet.
-4. De in het eerste en
het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
a. van wie kosten van
bijstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk VI of
op wie deze worden of kunnen worden verhaald ingevolge
hoofdstuk VII;
b. die hun hoofdverblijf
hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs
kan worden vermoed, als degene:
1º. te wiens behoeve
bijstand is gevraagd of wordt verleend;
2º. van wie kosten van
bijstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk VI of
op wie deze worden of kunnen worden verhaald ingevolge
hoofdstuk VII.
-5. De in het eerste en
het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd
schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en
zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst
van het verzoek hiertoe, verstrekt.
-6. De in het eerste lid,
onderdeel a tot en met k, genoemde instanties treffen desgevraagd met
burgemeester en wethouders en met het Inlichtingenbureau een
regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder
aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.
-7. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent
het tweede lid en de inhoud en vormgeving van de in het zesde lid
bedoelde regelingen. [BIg]
-8. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen één of meer van de in het eerste lid bedoelde
instanties worden aangewezen die ten behoeve van aan burgemeester en
wethouders te verstrekken opgaven en inlichtingen, de door het
Inlichtingenbureau aan deze instanties verstrekte gegevens van aldaar op
dat moment nog onbekende personen opslaan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van de
eerste volzin wordt bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald op welke wijze en gedurende welke termijn deze gegevens
worden opgeslagen. [BIg]
-9. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen andere instanties en personen dan genoemd in
het eerste en het derde lid worden aangewezen voor wie de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid,
eveneens gelden, voor zover het betreft de verstrekking van nader bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen inlichtingen en opgaven met betrekking tot
inkomen en vermogen.
-10. Bij de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, kan tevens worden bepaald
dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met
opsporingsbevoegdheid.
|
|