|
Art. 130.
[Toezicht op uitvoering wet | IWI | Regeling
financiering en verantwoording Abw, Ioaw en Ioaz] [Geschiedenis:
MvT; versie
12 april 1995; Stb.
2000, 383; Stb. 2001,
625; Stb. 2003, 56; Stb.
2003, 376]
-1.
Onze Minister is
verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet.
-2. Dit toezicht wordt
onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en
Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, onder leiding van het
hoofd van die inspectie.
De artikelen 37, 38,
42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing. [BtIWI]
-3. ten behoeve van het toezicht, bedoeld
in het eerste lid, dienen burgemeester en wethouders jaarlijks bij Onze
Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet, verstrekken zij
hem desgevraagd nadere of andere informatie en verlenen zij hem inzage in
de administratie, bedoeld in artikel
117. Het verslag en de overige informatie worden kosteloos verstrekt.
-4. Het verslag omvat mede een opgave van de
ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de
artikelen 3,
eerste lid, onderdeel a, b en c, en 12, eerste lid,
onderdeel a, b en c, van de Wet
financiering Abw, Ioaw en Ioaz.
-5. Het verslag is voorzien van een
verklaring van de accountant belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet
voorgeschreven controle omtrent de juistheid en volledigheid
van verstrekte gegevens.
-6. Onze Minister stelt regels inzake het
verslag en over de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze
verklaring. [RfvIIB]
|
|