|
Art. 140.
[Onverwijlde bijstand op last van
voorzitter GS] [Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
2001, 584; Stb.
2003, 376]
-1. Ingeval burgemeester en wethouders geen of
ontoereikend toepassing hebben gegeven aan artikel 74, kan de
voorzitter van gedeputeerde staten, indien naar zijn oordeel de
noodzaak tot onverwijlde bijstand aanwezig is, op verzoek van de
belanghebbende besluiten dat burgemeester en wethouders algemene bijstand verlenen.
-2. De beslissing van de voorzitter van
gedeputeerde staten vervalt zodra de beslissing van burgemeester
en wethouders inzake de verlening van algemene bijstand onherroepelijk is
geworden dan wel de rechtbank op het beroep
heeft beslist. De beslissing vervalt eveneens met ingang van de datum waarop een door de
voorzieningenrechter van de rechtbank getroffen
voorlopige voorziening in werking treedt.
-3. De in het eerste lid bedoelde bijstand
wordt bij wijze van voorschot verleend met inachtneming van
artikel 25.
|
|