|
Art. 92.
[Verhaalsplicht] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376] • [Jurisprudentie:
LJN AD9031;
AE3551]
-1. Kosten van bijstand worden door de
gemeente
verhaald in de gevallen en naar de regels aangegeven in dit
hoofdstuk.
-2. De gemeente kan van verhaal geheel of
gedeeltelijk afzien indien daarvoor, gelet op de omstandigheden
van degene op wie verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand
ontvangt of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn.
-3. Buiten de gevallen aangegeven in dit
hoofdstuk vindt geen verhaal plaats.
Art. 93.
[Verhaal op onderhoudsplichtigen]
[Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376] • [Jurisprudentie:
LJN AD4937;
AE4038]
Kosten van bijstand worden tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in
Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek verhaald:
a. op degene die bij het ontbreken van
gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot of
minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het
minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders
niet of niet behoorlijk nakomt;
b. op degene die zijn onderhoudsplicht
na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van
tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;
c. op degene die zijn onderhoudsplicht
op grond van artikel 395a van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig
kind aan wie bijzondere bijstand is verleend.
Art. 93a.
[Afwijking verhaalsplicht |
Ministeriële regeling m.b.t. afwijking verhaalsplicht]
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 248; Stb.
2003, 376]
-1. In afwijking van artikel 93 kunnen
burgemeester en wethouders, op verzoek van degene op wie verhaald
wordt, besluiten gedeeltelijk af te zien van verhaal van kosten
van bijstand voor zover het betreft verschuldigde verhaalsbedragen
die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien:
a. redelijkerwijs te voorzien is dat
degene op wie wordt verhaald niet zal kunnen voortgaan met het
betalen van zijn schulden;
b. redelijkerwijs te voorzien is dat een
schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige
schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;
en
c. de vordering van de gemeente wegens
verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar
evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke
rang.
-2. Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van
verhaal treedt niet in werking voordat een schuldregeling overeenkomstig het
eerste lid tot stand is gekomen.
-3. Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van
verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende
gewijzigd, indien:
a. niet binnen twaalf maanden nadat dat
besluit is bekendgemaakt een schuldregeling is tot stand
gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid;
b. de belanghebbende zijn schuld aan de
gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of
c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot
een ander besluit zou hebben geleid.
-4. Bij ministeriële regeling kunnen met
betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
Art. 94.
[Alimentatieovereenkomst] [Geschiedenis:
MvT; versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376]
Een overeenkomst waarbij echtgenoten of gewezen echtgenoten hebben bepaald dat na echtscheiding, scheiding van
tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel
en bed de één tegenover de ander in het geheel niet dan wel
slechts tot een bepaald bedrag tot een uitkering tot diens levensonderhoud zal zijn gehouden, al dan niet met het beding,
bedoeld in artikel 159 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek,
staat niet in de weg aan verhaal op één der partijen en laat de
vaststelling van het te verhalen bedrag onverlet.
Art. 95.
[Rechterlijke maatstaven bij
beoordeling bestaan verhaalsrecht] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
1998, 278;
Stb. 1998, 742; Stb.
2003, 376] • [Jurisprudentie:
LJN AD4937; AD5366;
AE4038]
Bij de beoordeling van het bestaan van het
verhaalsrecht als bedoeld in artikel 93
of 94 en de omvang
van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de
maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in
het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of, en
zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na
echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het
huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden
toegekend.
Art. 96.
[Niet nakomen alimentatieplicht | Betaaltermijn | Verzet tegen verhaalsbesluit | Executoriale
titel en tenuitvoerlegging] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376]
-1. Indien een rechterlijke uitspraak
betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt
verhaald in overeenstemming met deze uitspraak.
-2. Het besluit tot verhaal overeenkomstig het
eerste lid wordt bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt
verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen dertig dagen
na verzending van de brief te voldoen.
-3. Degene op wie wordt verhaald, kan binnen de
termijn van het tweede lid tegen het besluit in verzet komen door
een verzoekschrift aan de rechtbank. Het verzet kan niet gegrond
zijn op de bewering dat de uitkering tot onderhoud ten onrechte is
opgelegd of onjuist is vastgesteld. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt de invordering eerst voortgezet zodra het verzet is
ingetrokken of ongegrond verklaard.
-4. Indien aan de aanmaning geen gevolg wordt
gegeven, is de gemeente, met uitsluiting van degene die de bijstand
ontvangt, bevoegd tot invordering van het verschuldigde over te
gaan.
-5. Het besluit tot verhaal levert een
executoriale titel op, die op kosten van de schuldenaar wordt
betekend en met toepassing van de voorschriften van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden ten uitvoer gelegd.
-6. De betekening en tenuitvoerlegging van het
besluit kan geschieden door de deurwaarder, bedoeld in artikel
231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet. Artikel
256 van de Gemeentewet
is van overeenkomstige toepassing.
Art. 96a.
[Bevoegde gemeente] [Geschiedenis:
Stb. 1998, 278; Stb.
2003, 376]
-1. Indien degene die bijstand ontvangt of
heeft ontvangen en ten aanzien van wie door de rechter een
verhaalsbedrag verschuldigd ingevolge artikel 93 of
94 is
vastgesteld, zijn woonplaats verplaatst naar een andere gemeente
en aldaar bijstand ontvangt of heeft ontvangen, gaat de
bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak op
de andere gemeente over.
-2. De vertrekgemeente blijft bevoegd tot
tenuitvoerlegging voor zover het gaat om betalingsachterstanden
ter zake van verhaal van bijstand die door die gemeente is
verleend.
Art. 97.
[Indexering van door rechter
vastgestelde verhaalsbedrag] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376]
-1. Het door de rechter vastgestelde
verhaalsbedrag verschuldigd ingevolge artikel 93 of
94 wordt
jaarlijks met ingang van 1 januari van rechtswege gewijzigd met
het ingevolge artikel 402a van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen percentage.
-2. De toepassing van het eerste lid blijft
achterwege indien de wijziging van rechtswege bij rechterlijke
uitspraak is uitgesloten.
Art. 98.
[Wijziging verhaalsbedrag door
gewijzigde omstandigheden] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376]
-1. Het door de rechter vastgestelde
verhaalsbedrag kan op verzoek van de gemeente of van degene op wie
verhaal wordt uitgeoefend door de rechter worden gewijzigd op
grond van gewijzigde omstandigheden.
-2. De gemeente kan aan de rechter verzoeken
het verhaalsbedrag in afwijking van een rechterlijke uitspraak
betreffende levensonderhoud verschuldigd krachtens Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek vast te stellen, indien de rechter:
a. deze uitspraak zou kunnen wijzigen op
de gronden, genoemd in de artikelen 157 en 401 van dat boek;
b. geen rekening heeft kunnen houden met
alle voor de betrokken beslissing in aanmerking komende gegevens
en omstandigheden betreffende beide partijen.
Art. 99.
[Verhaal
in geval van schenking] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
1998, 742; Stb.
2003, 376] • [Jurisprudentie:
LJN
AE3551]
-1. Kosten van bijstand worden verhaald op
degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen
een schenking heeft gedaan, tenzij gelet op alle omstandigheden
aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen
voorzien.
-2. Het verhaal geschiedt voor zover bij het
besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen
rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had
plaatsgevonden.
Art. 100.
[Verhaal op nalatenschap] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376]
-1. Kosten van bijstand worden verhaald op de nalatenschap van de persoon indien sprake is van een situatie
als bedoeld in de artikelen 79, 81 en
82 en voor zover vóór het
overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden.
-2. Kosten van bijstand verleend in de vorm van
geldlening of als gevolg van borgtocht worden op de nalatenschap
van de persoon verhaald.
Art. 101.
[Inlichtingenverstrekking] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
1998, 278; Stb.
2003, 376]
Degene op wie verhaal wordt gezocht, is
verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders de
inlichtingen te verstrekken die voor verhaal ingevolge dit
hoofdstuk van belang zijn.
Art. 102.
[Inhoud verhaalsbesluit] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376]
-1. Het besluit tot verhaal ingevolge dit
hoofdstuk, anders dan met toepassing van artikel
96, wordt door de
gemeente aan degene op wie verhaal wordt gezocht, medegedeeld.
Daarbij wordt het bedrag of worden de bedragen genoemd waarvan,
alsmede de termijn of termijnen waarbinnen, betaling wordt verlangd. Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden
gericht tot de langstlevende echtgenoot of één der erfgenamen die
geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn
betrokken.
-2. Indien de belanghebbende niet uit eigen
beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen
dan wel niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat,
besluiten burgemeester en wethouders tot verhaal in rechte.
-3. Artikel 120 is met betrekking tot de
bevoegdheid van burgemeester en wethouders van overeenkomstige
toepassing.
Art. 103.
[Indiening verzoekschrift bij
rechtbank] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
1995, 691; Stb. 1997,
789; Stb.
2001, 581; Stb.
2003, 376]
-1. Verzoekschriften met betrekking tot verhaal
in rechte ingevolge dit hoofdstuk, alsmede verzoeken tot wijziging
van een rechterlijke verhaalsuitspraak, worden ingediend bij de rechtbank.
-2. Op de indiening en behandeling van het
verzoekschrift, alsmede op de procedure in hoger beroep, zijn de
artikelen 799, tweede lid, en 801 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
-3. De gemeente kan op grond van dit hoofdstuk
in rechte optreden zonder procureur.
-4. De gemeente is geen vast recht en geen
vergoeding voor de deurwaarder verschuldigd, met uitzondering van
het uitbrengen van exploiten.
Art. 104.
[Vervaltermijn] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
2003, 376]
-1. Behoudens in de gevallen, bedoeld in artikel
100, tweede lid, worden kosten van bijstand die meer dan vijf jaar
vóór de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn
gemaakt, niet verhaald.
-2. De termijn, bedoeld in het eerste lid,
staat niet in de weg aan latere tenuitvoerlegging van een
rechterlijke uitspraak.
Art. 105.
[Toepasselijkheid artt.
14f,
89 en 90] [Geschiedenis:
MvT + bis;
versie 12 april 1995; Stb.
1996, 248; Stb.
2003, 376]
De artikelen 14f, achtste en negende
lid, 89 en 90 zijn met
betrekking tot het verhaal van kosten van
bijstand van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing is.
|
|