|
2 oktober 1995/nr. BZ/UB/95/3278/A
Directie Bijstandszaken
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 133 van de
Algemene bijstandswet, artikel 55 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 55 van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
Besluit:
Art. 1.
[Wijze en tijdstip
gegevensverstrekking aan CBS]
Burgemeester en wethouders verstrekken aan de
Directeur-Generaal van de Statistiek gegevens met betrekking tot
personen en gezinnen bij wie zij een vermoeden van fraude hebben
onderzocht met
betrekking tot de Algemene bijstandswet, de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen of de Wet
inkomensvoorziening kunstenaars.
De gegevens hebben betrekking
op onderscheidenlijk de eerste helft van een kalenderjaar en de tweede
helft van een kalenderjaar en worden binnen tijdsbestek van twee
kalendermaanden na afloop van het betreffende halfjaar verstrekt,
overeenkomstig de bij deze regeling behorende "Bijstandsfrauderegistratie".
Art. 2.
[Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van
1 januari 1996.
Art. 3.
[Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling
frauderegistratie Abw, Ioaw, Ioaz en Wik.
Deze regeling zal met de toelichting
in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die
ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de
Staatscourant.
’s-Gravenhage, 2 oktober 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[2 oktober 1995]
Met ingang van 1 januari 1991
verstrekken gemeenten op grond van het Besluit verantwoording en vergoeding
uitkeringskosten ABW, Ioaw en Ioaz (Bvvu) volgens een
modelgegevensformulier
statistische informatie aan het Centraal Bureau voor de Statistiek
[CBS, red.] met betrekking tot door
de gemeente geconstateerde fraude met de Algemene Bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen. Deze fraudestatistiek wordt door gemeenten aangeleverd aan
het Centraal Bureau voor de Statistiek naast de algemene statistische
informatie over bijstandverlening [zie Regeling
statistische gegevens Abw, red.].
Met het vervallen van de huidige Algemene Bijstandswet is
het noodzakelijk de regeling ten aanzien van de statistiek bijstandsfraude opnieuw
vast te stellen.
Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om de
gegevensverstrekking op een aantal onderdelen te wijzigen. Naast een aantal min of meer
technische wijzigingen ten opzichte van het bestaande model-fraudestatistiek gaat
het hierbij om twee inhoudelijke wijzigingen van meer algemene aard.
De algemene vragen en de vragen naar persoonskenmerken zijn qua
inhoud identiek gemaakt aan de wijzigingen die per 1 januari 1996 in de Statistiek
Bijstandverlening worden
doorgevoerd.
In de nieuwe opzet van deze statistiek wordt het sociaal-fiscaal nummer opgenomen in de vragenset. Door
deze opname is het CBS beter in staat een relatie te leggen tussen relevante
formulieren van de fraudestatistiek en de registratie van de door Justitie
afgehandelde fraudezaken. Het sofinummer biedt tevens de mogelijkheid om
gegevens over verschillende perioden met elkaar te kunnen verbinden,
bijvoorbeeld om recidive in kaart te brengen. Met het sofinummer is het
mogelijk
het bestand te volgen, ook bij verhuizingen tussen gemeenten. Teneinde zowel het aantal frauderende
personen als het aantal fraudezaken te kunnen waarnemen, is in de
fraudestatistiek ook de vraag naar het sofinummer van de frauderende partner
opgenomen.
Deze fraudestatistiek is van toepassing op de na 1 januari 1996
geconstateerde fraudegevallen. De thans aangebrachte wijzigingen zijn in overleg met de
uitvoerders van de Algemene bijstandswet, de VNG
[Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.]
en Divosa [Vereniging van directeuren van
overheidsorganen voor sociale arbeid, red.] tot stand gekomen. De wijzigingen zijn in algemene zin aan de Centrale Commissie voor de Statistiek
voorgelegd en ontmoetten daar geen bezwaren.
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
|