|
23 oktober 1995/nr. BZ/VOL/95/3484
Directie Bijstandszaken
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
Gelet op artikel
144,
zevende lid, van de Algemene bijstandswet (Stb. 1995,
199);
Besluit:
Art. 1.
[Aanvraagtermijn]
Verzoeken om toekenning van een bevoegdheid om
bij wijze van experiment, in verband met het onderzoeken van een
meer doelmatige bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening en van sociale activering van
bijstandsgerechtigden, bij de uitvoering van de Algemene
bijstandswet af te wijken van één of meer van de in het eerste
lid van artikel 144 van die wet genoemde artikelen, kunnen worden ingezonden tot en met 31 december 1996.
Art. 2.
[Voorwaarden verzoek]
-1. De in artikel 1 bedoelde verzoeken dienen
in ieder geval te omvatten:
a. een aanduiding van de artikelen
waarvan in het kader van het experiment wordt afgeweken;
b. omschrijving van de reikwijdte en de
inrichting van het experiment, alsmede de wijze waarop het
experiment zal bijdragen aan de bevordering van de zelfstandige
bestaansvoorziening en de sociale activering;
c. een omschrijving van de maatregelen
die worden getroffen ten behoeve van een goede uitvoering, de
begeleiding en de informatievoorziening voor de evaluatie van het
experiment;
d. een omschrijving van de wijze waarop
wordt voorzien in de waarborgen, genoemd in artikel 3 van het
Besluit van 3 juni 1995, (Stb. 1995, 317);
e. een omschrijving van de wijze waarop
wordt voorzien in voorlichting aan belanghebbenden omtrent hun
rechten en plichten;
f. voor zover andere organisaties en
instellingen bij de uitvoering van het experiment worden
betrokken, een verklaring van die organisatie of instelling
waaruit de medewerking aan het experiment blijkt.
-2. Voor de beantwoording van de punten, genoemd
in het eerste lid en artikel 2 en 3 van het Besluit van 3 juni
1995 (Stb. 1995, 317), dient de gemeente gebruik te maken
van het bij deze regeling behorende modelformulier.
Art. 3.
[Afwijzing verzoek bij niet voldoen
aan voorwaarden en waarborgen]
Een verzoek tot aanwijzing wordt niet
gehonoreerd indien niet is voldaan aan het bepaalde in de
artikelen 2 en 3 van het Besluit van 3 juni 1995
(Stb.
1995, 317) juncto artikel 2 van deze regeling.
Art. 3a.
[Indieningstermijn verzoek tot voortzetting
experiment]
Een verzoek tot voortzetting van een experiment als bedoeld in
artikel 2, aanhef en onder f, van het Besluit
van 3 juni 1995 (Stb. 1995, 317) kan worden ingediend
tot en met 30 november 1999.
Art. 4.
[Inwerkingtreding]
Deze regeling zal worden gepubliceerd in de
Staatscourant
en treedt in werking op de dag waarop de Algemene bijstandswet in
werking treedt.
’s-Gravenhage, 23 oktober 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[23 oktober 1995]
Met de inwerkingtreding van de
nieuwe Abw per 1 januari 1996 wordt de mogelijkheid geopend om
in, door de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, aan te wijzen gemeenten experimenten uit te voeren die zijn
gericht op een meer doelmatige bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening en op sociale
activering.
Op 3 juni 1995 is de AMvB (Stb. 1995, 317)
[Besluit houdende regels met betrekking tot de criteria voor de
aanwijzing van gemeenten die deelnemen aan experimenten op grond van de
Abw, red.] gepubliceerd
waarmee een nadere invulling wordt gegeven van de criteria die worden gehanteerd bij de
aanwijzing van gemeenten die experimenten als bedoeld in artikel
144 Abw kunnen gaan uitvoeren.
Deze regeling stelt de termijn vast waarbinnen gemeenten
verzoeken tot aanwijzing als experimenteergemeente dienen in te zenden en stelt de
voorwaarden waaraan de verzoeken dienen te voldoen.
Dergelijke verzoeken kunnen thans reeds worden
ingediend. De beoordeling van de verzoeken zal waar mogelijk reeds vóór 1 januari 1996
plaatsvinden, zodat zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de wet op die verzoeken kan worden beslist.
De termijn van indiening sluit op 31 december 1996. Bij de
vaststelling van deze termijn is rekening gehouden met het feit dat de gemeenten de
komende maanden in belangrijke mate bezig zullen zijn met de
voorbereiding en implementatie van de nieuwe Algemene bijstandswet en met het
feit dat de gemeenten in staat moeten zijn de experimenten in te bedden in
hun eventueel nog te ontwikkelen activeringsbeleid.
Verder bevat het besluit en de regeling enige organisatorische
voorwaarden, zoals begeleiding en informatievoorziening.
In dat kader kan van de gemeenten bijvoorbeeld worden gevraagd te komen tot toetsingscommissies
en periodieke herbeoordeling, teneinde vast te stellen of voldaan blijft
worden aan het bepaalde in artikel 3 van het besluit.
Om een goed inzicht te krijgen in de
verschillende
projecten is ten slotte een modelvragenformulier ontwikkeld.
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
MODELVRAGENFORMULIER
Bijlage behorende bij het verzoek van
de gemeente ............
dd....... kenmerk:.....
om aanwijzing als experimenteergemeente o.g.v artikel 144 Algemene
bijstandswet
I. Algemene gegevens
a.
Gemeente:
prov.:
adres:
postcode:
plaats:
gemeenteklasse:
inwonertal per 1 januari 1995:
b.
Contactpersoon:
functie:
telefoonnummer:
faxnummer:
c.
Aantal bijstandsgerechtigden per 1 oktober 1995:
w.v.
mannen langer dan 1 jaar werkloos:
vrouwen langer dan 1 jaar werkloos:
II. Gegevens omtrent het uit te voeren
experiment
a.
Het experiment heeft betrekking op: ¹
artikel 8, tweede lid
artikel 8, vijfde lid
artikel 8, zesde lid
artikel 43, tweede lid, onderdeel h
artikel 43, tweede lid, onderdeel i
artikel 43, vierde lid
artikel 72
artikel 73
artikel 106
artikel 111
artikel 113
artikel 115
b.
Het experiment richt zich op de volgende doelgroep(en):
c.
De periode gedurende welke de bevoegdheid tot afwijking wordt gevraagd:
d.
Samenvatting van de belangrijkste kenmerken van het experiment:
(NB: een volledige beschrijving van het experiment dient op een
afzonderlijke bijlage te worden bijgevoegd)
e.
Beknopte omschrijving van de wijze van uitvoering van het experiment:
f.
1. Zijn bij de uitvoering van het experiment andere dan gemeentelijke
diensten/instellingen betrokken?: ja/neen
2. Zo ja, welke andere organisatie(s)/instelling(en) zijn dat?
3. Soort organisatie/instelling:
(NB: een verklaring van die organisatie(s)/instelling(en) waaruit de
bereidheid tot medewerking blijkt, dient als afzonderlijke bijlage te
worden bijgevoegd)
g.
1. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare
verdringing van andere arbeid?
2. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare
doorkruising van hetgeen overigens geldt met betrekking tot de
bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening?
3. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare
doorkruising van andere maatregelen ter bevordering van de
werkgelegenheid?
4. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare
mededinging jegens derden?
h.
1. Op welke wijze wordt voorzien in de voorlichting aan cliënten over
rechten en plichten bij deelname aan het experiment?
2. Op welke wijze wordt voorzien in de begeleiding van het experiment?
3. Op welke wijze wordt voorzien in de informatievoorziening t.b.v. de
evaluatie?
1. S.v.p. doorhalen wat niet van
toepassing is.
|