|
19 december 1996/nr. AM/ARV/96/2710
Directie Arbeidsmarkt
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 137a,
tweede lid, van de Algemene bijstandswet, artikel 59a,
tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
artikel 59a, tweede lid, van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen en de artikelen
1, tweede lid, en 3,
tweede en derde lid, van het Besluit inkoop
dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten;
Besluit:
§ 1.
Begripsbepalingen
Art. 1.
[Definities]
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid;
b. besluit: het Besluit inkoop
dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten;
c. registratie: de registratie, bedoeld
in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 2º,
van het besluit.
§ 2.
Onderbreking van werkloosheid of van
registratie bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
Art. 2.
[Onderbreking van werkloosheid of
registratie]
-1. Bij een onderbreking van de periode,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel
e, onder 2º,
van het besluit, worden als dagen van werkloosheid en van
registratie aangemerkt:
a. dagen waarop arbeid in
dienstbetrekking of in eigen bedrijf of zelfstandig beroep is
verricht, mits het aantal dagen of gewerkte uren per jaar niet
meer dan 50 respectievelijk 400 bedraagt;
b. dagen waarop na toestemming van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie, het Landelijk instituut sociale
verzekeringen of de gemeente werkzaamheden zonder beloning zijn
verricht;
c. dagen waarop een scholing of
opleiding is gevolgd die door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie,
het Landelijk instituut sociale verzekeringen of de gemeente
noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid.
-2. Bij de toepassing van het eerste lid,
onderdeel a, prevaleert de voor de uitkeringsgerechtigde
meest gunstige berekeningswijze.
Art. 3.
[Geen onderbreking vanwege hechtenis
of gevangenisstraf]
Bij een onderbreking van de periode, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 2º,
van het besluit, door het ondergaan van hechtenis of
gevangenisstraf worden de perioden gelegen vóór en na de
onderbreking samengesteld als waren zij een ononderbroken periode.
§ 3.
Aanwijzing van gemeenten
Art. 4.
[Budget 1999]
Voor het jaar 1999 is het voor uitkeringen
beschikbare bedrag ƒ104,4 miljoen.
Art. 4a.
[Aangewezen gemeenten]
Als gemeenten, bedoeld in de artikelen
137a,
tweede lid, van de Abw, 59a, tweede lid, van de Ioaw, en
59a,
tweede lid, van de Ioaz, worden voor de verdeling van het bedrag,
genoemd in artikel 4, aangewezen:
a. de gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem,
Breda, Den Bosch, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (O),
Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en
Zwolle; en
b. de gemeenten Alkmaar,
Almere, Alphen
aan den Rijn, Amersfoort, Amstelveen, Apeldoorn, Assen, Bergen op
Zoom, Brunssum, Capelle aan den IJssel, Delft, Delfzijl, Den
Helder, Doetinchem, Ede, Emmen, Geleen, Gorinchem, Gouda,
Haarlemmermeer, Heemskerk, Heerenveen, Hellevoetsluis, Hilversum,
Hoogeveen, Hoogezand-Sappemeer, Hoorn, Kerkrade, Landgraaf,
Lelystad, Maassluis, Middelburg, Nieuwegein, Noordoostpolder,
Oosterhout, Oss, Purmerend, Rheden, Ridderkerk, Rijswijk (Z-H),
Roermond, Roosendaal, Sittard, Smallingerland, Sneek, Spijkenisse,
Stadskanaal, Terneuzen, Tiel, Veenendaal, Velsen, Vlaardingen,
Vlissingen, Waalwijk, Wageningen, Weert, Zaanstad, Zeist,
Zoetermeer, Zutphen en Zwijndrecht.
Art. 4b.
[Verdeelsleutel budget]
-1. Van het in artikel
4 genoemde bedrag wordt ƒ54,921 miljoen met inachtneming van artikel
3, zesde lid, van het besluit, naar evenredigheid van de aantallen
uitkeringsgerechtigden verdeeld over de gemeenten,
genoemd in artikel 3, onderdeel a.
-2. Van het in artikel
4 genoemde bedrag wordt ƒ49,479 miljoen, in afwijking van artikel
3, zesde lid, van het besluit, op gelijke wijze verdeeld over alle gemeenten, genoemd
in artikel 4a.
§ 4.
Modellen
Art. 5.
[Modellen]
-1. Burgemeester en wethouders van de
gemeenten, bedoeld in artikel 4 van de Uitvoeringsregeling
inkoop arbeidsvoorziening door gemeenten, zoals deze regeling
luidde tot inwerkingtreding van deze regeling, doen vóór 20
september 1998 aan de minister opgave van de met de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie gesloten overeenkomsten en de
daarmee verband houdende uitgaven en ontvangsten.
-2. De jaaropgave en de verklaring van de
deskundige, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het
besluit, zijn
voor het jaar 1997 ingericht overeenkomstig de modellen die zijn
vastgesteld bij de regeling, zoals de regeling luidde tot
inwerkingtreding van deze regeling. De door de minister daartoe in
genoemde modellen opgestelde nadere regels inzake de verklaring en
het onderzoek dat resulteert in deze verklaring zijn van
toepassing.
-3. De opgave, bedoeld in artikel
3, derde lid,
van het besluit, de jaaropgave en de verklaring van de deskundige,
bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit, en het onderzoek
dat resulteert in de verklaring, bedoeld in artikel
5, derde lid,
van het besluit, zijn voor het jaar 1999 ingericht overeenkomstig
de in de bijlagen bij deze regeling behorende modellen.
§ 5.
Peildatum
Art. 6.
[Peildatum]
De peildatum, bedoeld in artikel 3, vijfde lid,
van het besluit, is voor het jaar 1999 vastgesteld op 1 januari 1998.
§
6. Informatie
Art. 6a.
[Wijze van
informatieverstrekking]
-1. Burgemeester
en wethouders verstrekken aan de door de minister
daartoe in artikel 6b
aangewezen bewerker over ieder kwartaal de inlichtingen en gegevens voor
de beleidsvorming met betrekking tot de uitvoering van het
besluit
volgens het in bijlage A bij de regeling behorende model.
-2. De inlichtingen en gegevens worden telkens binnen zes weken na afloop
van een kwartaal door burgemeester en wethouders rechtstreeks aan de
bewerker verstrekt.
-3. Burgemeester en wethouders verstrekken de inlichtingen en gegevens op
een door de bewerker te bepalen wijze.
Art. 6b.
[Informatieverstrekking aan CBS]
De bewerker van de in artikel 6a, eerste lid, bedoelde
inlichtingen en gegevens is het Centraal Bureau voor de
Statistiek.
Art. 6c. [Andere
wijze van informatieverstrekking]
-1. In plaats van de inlichtingen en
gegevens op de wijze, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, aan de
door de minister
aangewezen bewerker te verstrekken, kunnen de
inlichtingen en gegevens van burgemeester en wethouders ook op andere
wijze door de minister worden verkregen.
-2. De in het eerste lid bedoelde andere wijze is het door de bewerker met
elkaar in verband brengen van:
a. de gegevens en inlichtingen over
inkooptrajecten die de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie verstrekt aan de minister en die in
opdracht van hem door het Centraal Bureau voor de Statistiek als bewerker
worden verwerkt; en
b. de statistische gegevens die burgemeester en wethouders
krachtens artikel 133 van de Abw,
55 van de Ioaw
en 55 van de Ioaz aan het Centraal Bureau voor de Statistiek verstrekken.
-3. Dit artikel wordt toegepast indien burgemeester en wethouders van een
gemeente
de bewerker volgens het model van bijlage B toestemming verlenen
de gegevens op de wijze, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de
minister te verstrekken.
Art. 6d. [Verstrekking
geaggregeerde opgave door CBS]
-1. De bewerker verstrekt aan
burgemeester en wethouders van een gemeente, bedoeld in
artikel 6c,
derde lid, over ieder kwartaal, binnen acht weken na afloop van dat kwartaal,
een opgave van de inlichtingen en gegevens, bedoeld in artikel 6a,
eerste lid. De eerste volzin is van toepassing op wijzigingen die door de
bewerker na het verstrekken van een opgave worden aangebracht.
-2. Indien burgemeester en wethouders zich niet kunnen verenigen met de in
het eerste lid bedoelde opgave, melden zij dit binnen zes weken na ontvangst
van die opgave schriftelijk bij de bewerker.
-3. De bewerker deelt burgemeester en wethouders binnen zes weken na
ontvangst van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, mede of, en zo ja,
in hoeverre correcties met betrekking tot de verstrekte inlichtingen en
gegevens hebben plaatsgevonden.
§
7.
Slotbepalingen
Art. 7.
[Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van
de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin
zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Art. 8.
[Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als:
Uitvoeringsregeling inkoop arbeidsvoorziening door gemeenten.
Deze
regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.¹
1. Raadpleeg voor de bijlagen Staatscourant
1998, 233, en Staatscourant 2002, 28, red.
's-Gravenhage, 19 december 1996.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[19 december 1996]
Algemeen
Ingevolge de
artikelen 137a, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw),
59a,
eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en 59a, eerste lid, van de
Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) verstrekt de
Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, volgens bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur te stellen regels, aan gemeenten ten laste van ’s Rijks schatkist
geldelijke bijdragen voor inkoop van scholings- en bemiddelingsactiviteiten
ten behoeve van moeilijk plaatsbare bijstands- of Ioaw/Ioaz-gerechtigden.
De regeling bij algemene maatregel van bestuur is te vinden in het
Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door
gemeenten (Stb. 1997, 48). De voorliggende
ministeriële regeling geeft
uitwerking aan de artikelen 1, tweede lid, en
3, tweede en derde lid, van dat
besluit.
Verder strekt de regeling ertoe om, ingevolge de artikelen
137a, tweede lid, van de
Abw,
59a, tweede lid, van de
Ioaw en 59a, tweede lid, van de Ioaz, de rijksvergoeding te beperken tot 19
gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den
Haag, Utrecht, Groningen, Nijmegen, Arnhem, Almelo, Deventer, Enschede, Den
Bosch, Tilburg, Breda, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht, Hengelo, Helmond en
Zwolle). De keuze voor deze 19 gemeenten is gebaseerd op de noodzaak het sociaal en economisch
fundament van deze grote steden, met hun specifieke problematiek, te
versterken,
opdat de ontwikkeling van werkgelegenheid, veiligheid en leefbaarheid weer in de pas gaat lopen met de ontwikkelingen elders in Nederland.
Artikelsgewijs
Artikel 1
Dit artikel bevat de voor de regeling nodige
begripsomschrijvingen. Bij het begrip "registratie" gaat het om de registratie als werkzoekende bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale
organisatie werk en inkomen (CWI), red.], zoals bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet
1996.
Artikel 2
In artikel
1, eerste lid, onderdeel
e,
van het Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door
gemeenten is de definitie van moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigde
vervat. In deze bepaling wordt onder "moeilijk plaatsbare
uitkeringsgerechtigde"
verstaan: de uitkeringsgerechtigde die ofwel één jaar of langer algemene bijstand
ingevolge de Abw of de Invoeringswet
herinrichting Algemene Bijstandswet, onderscheidenlijk uitkering ingevolge
de Ioaw of de Ioaz
ontvangt, ofwel één jaar of langer werkloos is en gedurende die periode als werkzoekende is
geregistreerd bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Voor de bepaling van de inschrijvingsduur bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie bevat artikel 2 een
bijzondere regeling. Dagen waarop de periode van registratie is onderbroken
door het verrichten van arbeid in dienstbetrekking of in eigen bedrijf
of zelfstandig beroep worden beschouwd als dagen van registratie, mits het
aantal dagen of gewerkte uren per jaar in totaal niet meer dan 50
respectievelijk 400 bedraagt. In het geval dat toepassing van het dagen- onderscheidenlijk
urencriterium tot verschillende uitkomsten leidt, prevaleert de voor de belanghebbende meest gunstige
berekening.
Dagen waarop vrijwilligerswerk wordt verricht of wordt
deelgenomen aan een voor arbeidsinschakeling noodzakelijke cursus, opleiding of scholing,
worden eveneens beschouwd als dagen van werkloosheid en van registratie
als werkzoekende. Wel moet de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, de bedrijfsvereniging
[zie uitvoeringsinstelling (UWV), red.]
of de
gemeente voor dat vrijwilligerswerk of dat onderwijs toestemming hebben gegeven.
Artikel 3
Bij een onderbreking van de periode van werkloosheid of
van registratie
bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie door het vervullen van de militaire
dienstplicht of in de plaats daarvan vervangende dienst of door het
ondergaan van hechtenis of gevangenisstraf, worden de perioden gelegen vóór en
na de onderbreking samengeteld als waren zij een ononderbroken periode.
Artikel 4
De rijksvergoeding voor inkoop van dienstverlening bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie wordt ingevolge de artikelen
137a, tweede lid, van de Abw,
59a, tweede lid, van de Ioaw en 59a, tweede lid, van de Ioaz
ingezet in het kader van het grotestedenbeleid. De vergoeding wordt
derhalve verleend aan de gemeenten Amsterdam,
Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Nijmegen, Arnhem, Almelo, Deventer, Enschede,
Den Bosch, Tilburg, Breda, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht, Hengelo, Helmond en Zwolle.
Artikel 5
De modellen van de opgave en de
jaaropgave, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en
5, eerste lid, van het
Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie, zijn als bijlagen bij de regeling opgenomen.
Artikel 6
Uitgangspunt bij de verdeling van het beschikbare budget
tussen de G19-gemeenten onderling is het bestand (personen die algemene bijstand
ingevolge de Abw of uitkering ingevolge de
Ioaw of de Ioaz ontvangen) in de
negentien gemeenten gezamenlijk en het relatieve aandeel van de betreffende gemeente in dat bestand. Als
peildatum voor het jaar 1997 geldt daarbij 1 januari 1996. Jaarlijks zal deze
peildatum worden bijgesteld.
De verdeling van het beschikbare budget over het kalenderjaar 1997 is
weergegeven in de bijlage bij deze toelichting.
Artikel 7
De regeling werkt terug tot en met 1 januari 1997 en treedt
daarmee gelijktijdig met het Besluit inkoop
dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie
door gemeenten in werking.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
|
|