|
19 december 1995/nr. BZ/UK/95/4372
Directie Bijstandszaken
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 46 van de
Algemene bijstandswet;
Besluit:
Art. 1.
[Definities
| Tariefgroepindeling]
-1. In deze regeling wordt verstaan
onder:
a. inkomen: het inkomen, bedoeld
in artikel 47, eerste lid, van de
Algemene bijstandswet, zonder de daarin begrepen aanspraak op
vakantietoeslag, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting,
premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel
45 van die wet;
b. aanspraak op vakantietoeslag:
de aanspraak op vakantietoeslag over het inkomen, bedoeld in artikel
46
van de
Algemene bijstandswet, na aftrek van de daarover verschuldigde
loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel
45 van die wet;
c. belastingvrije som: de tot een
bedrag per maand omgerekende belastingvrije som, bedoeld in artikel 20
van de Wet
op de loonbelasting 1964, behorend bij de tariefgroep;
d. tariefgroep: de tariefgroep,
bedoeld in artikel 21 van de Wet
op de loonbelasting 1964, waarin de
belanghebbende voor het betreffende inkomen is ingedeeld;
-2. Voor de toepassing van deze regeling
wordt de belanghebbende die voor het inkomen is ingedeeld in tariefgroep
5, ingedeeld in tariefgroep 4.
-3. Indien de tariefgroep van de
belanghebbende niet kan worden vastgesteld wordt:
a. de gehuwde ingedeeld in
tariefgroep 3;
b. de alleenstaande ouder
ingedeeld in tariefgroep 4;
c. de alleenstaande ingedeeld in
tariefgroep 2.
Art. 2. [Vakantietoeslag
over inkomen 2000]
Deze regeling is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak
op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2000.
Art. 3. [In
aanmerking te nemen vakantietoeslag]
Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op
vakantietoeslag bestaat, nemen burgemeester en wethouders bij de
vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede de op grond van
artikel 4 of 5 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.
Art. 4. [Rekenregels
vakantietoeslag voor 64-jarigen of jonger]
Indien de belanghebbende jonger dan 65 jaar is, wordt de aanspraak op
vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij
onder "bvs" de belastingvrije som en onder "ink" het
inkomen wordt verstaan:
| Bij
een inkomen gelijk aan of meer dan: |
en
minder dan: |
bedraagt
de aanspraak op vakantietoeslag: |
| ƒ0,00 |
105,15%
bvs |
8%
ink
|
| 105,15%
bvs
|
33,90%
bvs
+ ƒ1428,51
|
8%
ink
- 2,71% bvs
|
33,90%
bvs
+ ƒ1428,51
|
33,90%
bvs
+ ƒ1633,72
|
8%
ink
- 2,71% bvs
- ƒ8,60
|
33,90%
bvs
+ ƒ1633,75
|
|
7,47%
ink
- 2,54% bvs
- ƒ8,06 |
Art. 5. [Rekenregels
vakantietoeslag voor 65-jarigen of ouder]
-1. Indien de belanghebbende 65 jaar of
ouder is, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand
van de navolgende tabel, waarbij onder "ink" het inkomen wordt
verstaan:
Bij
een inkomen gelijk
aan of meer dan: |
en
minder dan: |
bedraagt
de aanspraak op vakantietoeslag: |
| ƒ0,00 |
ƒ1366,37 |
8%
ink |
| ƒ1366,37
|
|
8%
ink
- ƒ2,63 |
-2.
Indien het inkomen van de belanghebbende van 65 jaar of ouder bestaat
uit een gekort pensioen als bedoeld in artikel 13 van de Algemene
Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende aanspraak op
vakantietoeslag 5,1 procent van dat inkomen.
Art. 6. [Intrekking
Bijstandsregeling vakantietoeslag]
De Bijstandsregeling vakantietoeslag (Stcrt. 1995, 127) wordt
ingetrokken.
Art. 7. [Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Art. 8. [Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Bijstandsregeling vakantietoeslag
1996.
Deze regeling
zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 19
december 1995.
de Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
|
|