|
AFDELING 2.1
Algemene bepalingen
Art. 2:1.
[Bijstand of vertegenwoordiging;
machtiging] (2.1.1) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Een ieder kan zich ter behartiging van zijn
belangen in het verkeer met bestuursorganen laten bijstaan of door
een gemachtigde laten vertegenwoordigen.
-2. Het bestuursorgaan kan van een gemachtigde
een schriftelijke machtiging verlangen.
Art. 2:2.
[Weigeren gemachtigde of advocaat] (2.1.2)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
VvW2; MvT2;
versie
1 januari 1998; Stb. 2008, 100]
-1. Het bestuursorgaan kan bijstand of
vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren
bestaan, weigeren.
-2. De belanghebbende en de in het eerste lid
bedoelde persoon worden van de weigering onverwijld schriftelijk
in kennis gesteld.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing ten
aanzien van advocaten.
Art. 2:3.
[Doorzendplicht] (2.1.3) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
-1. Het bestuursorgaan zendt geschriften tot
behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is,
onverwijld door naar dat orgaan, onder gelijktijdige mededeling
daarvan aan de afzender.
-2. Het bestuursorgaan zendt geschriften die
niet voor hem bestemd zijn en die ook niet worden doorgezonden, zo
spoedig mogelijk terug aan de afzender.
Art. 2:4.
[Gebod van onpartijdigheid]
(2.1.4) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
-1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder
vooringenomenheid.
-2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot
het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een
persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.
Art. 2:5.
[Geheimhoudingsplicht]
(2.1.5) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
-1. Een ieder die is betrokken bij de
uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de
beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke
karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet
reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter
zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht
tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig
wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn
taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
-2. Het eerste lid is mede van toepassing op
instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen
die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van
zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor
werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak
uitoefenen.
AFDELING
2.2
Gebruik van de taal in het bestuurlijk verkeer
Art. 2:6.
[Gebruik Nederlandse taal |
Afwijking] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 302; versie
1 januari 1998]
-1. Bestuursorganen en onder hun
verantwoordelijkheid werkzame personen gebruiken de Nederlandse
taal, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-2. In afwijking van het eerste lid kan een
andere taal worden gebruikt indien het gebruik daarvan doelmatiger
is en de belangen van derden daardoor niet onevenredig worden
geschaad.
Art. 2:7.
[Gebruik Friese taal] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 302; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 493]
-1. Een ieder kan de Friese taal gebruiken in
het verkeer met bestuursorganen, voor zover deze in de provincie Fryslân zijn gevestigd.
-2. Het eerste lid geldt niet indien het
bestuursorgaan heeft verzocht de Nederlandse taal te gebruiken op
de grond dat het gebruik van de Friese taal tot een onevenredige
belasting van het bestuurlijk verkeer zou leiden.
Art. 2:8.
[Gebruik Friese taal in mondeling
verkeer] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 302; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 493]
-1. Bestuursorganen kunnen in het mondeling
verkeer binnen de provincie Fryslân de Friese taal gebruiken.
-2. Het eerste lid geldt niet indien de
wederpartij heeft verzocht de Nederlandse taal te gebruiken op de
grond dat het gebruik van de Friese taal tot een onbevredigend
verloop van het mondeling verkeer zou leiden.
Art. 2:9.
[Ministeriële regeling m.b.t.
schriftelijk gebruik Friese taal] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 302; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 493]
-1. In de provincie
Fryslân gevestigde
bestuursorganen die niet tot de centrale overheid behoren, kunnen
regels stellen over het gebruik van de Friese taal in
schriftelijke stukken.
-2. Onze Minister wie het aangaat, kan voor
onderdelen van de centrale overheid waarvan het werkterrein zich
uitstrekt tot de provincie Fryslân of een deel daarvan, regels
stellen over het gebruik van de Friese taal in schriftelijke
stukken.
Art. 2:10.
[Bepaalde schriftelijke stukken
tevens in Nederlandse taal] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 302; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 493]
-1. Een schriftelijk stuk in de Friese taal
wordt tevens in de Nederlandse taal opgesteld, indien het:
a. bestemd of mede bestemd is voor
buiten de provincie Fryslân gevestigde bestuursorganen of
bestuursorganen van de centrale overheid;
b. algemeen verbindende voorschriften of
beleidsregels inhoudt; of
c. is opgesteld ter directe
voorbereiding van de onder b genoemde voorschriften of
regels.
-2. De bekendmaking, mededeling of
terinzagelegging van een schriftelijk stuk als bedoeld in het
eerste lid geschiedt in ieder geval ook in de Nederlandse taal,
tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen
behoefte bestaat.
Art. 2:11.
[Vertaling schriftelijke stukken]
[Geschiedenis:
Stb. 1995, 302; versie
1 januari 1998]
-1. Indien een schriftelijk stuk in de Friese
taal is opgesteld, verstrekt het bestuursorgaan daarvan op
verzoek een vertaling in de Nederlandse taal.
-2. Het bestuursorgaan kan voor het vertalen
een vergoeding van ten hoogste de kosten verlangen.
-3. Voor het vertalen kan geen vergoeding
worden verlangd, indien het schriftelijk stuk:
a. de notulen van de vergadering van een
vertegenwoordigend orgaan inhoudt en het belang van de verzoeker
rechtstreeks bij het genotuleerde is betrokken, dan wel de notulen
van de vergadering van een vertegenwoordigend orgaan inhoudt en
de vaststelling van algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels betreft; of
b. een besluit of andere handeling
inhoudt waarbij de verzoeker belanghebbende is.
Art. 2:12.
[Gebruik Friese taal in
vergaderingen] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 302; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 493]
-1. Een ieder kan in vergaderingen van in de
provincie Fryslân gevestigde vertegenwoordigende organen de
Friese taal gebruiken.
-2. Hetgeen in de Friese taal is gezegd, wordt
in de Friese taal genotuleerd.
AFDELING
2.3
Verkeer langs elektronische
weg
Art. 2:13.
[Elektronische verzending bericht] [Geschiedenis:
MvT; Stb. 2004, 214]
-1. In het verkeer tussen
burgers en bestuursorganen kan een bericht elektronisch worden verzonden, mits de
bepalingen van deze afdeling in acht worden genomen.
-2. Het eerste lid geldt
niet, indien:
a. dit bij of krachtens
wettelijk voorschrift is bepaald; of
b. een vormvoorschrift zich
tegen elektronische verzending verzet.
Art. 2:14.
[Eisen aan bestuursorgaan] [Geschiedenis:
MvT; Stb. 2004, 214]
-1. Een bestuursorgaan kan
een bericht dat tot één of meer geadresseerden is gericht, elektronisch
verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat
hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.
-2. Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald, geschiedt de verzending van berichten die
niet tot één of meer geadresseerden zijn gericht, niet uitsluitend
elektronisch.
-3. Indien een bestuursorgaan
een bericht elektronisch verzendt, geschiedt dit op een
voldoende betrouwbare en vertrouwelijke manier, gelet op de aard en de
inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.
Art. 2:15.
[Eisen aan burger] [Geschiedenis:
MvT; Stb. 2004, 214]
-1. Een bericht kan
elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het
bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Het
bestuursorgaan kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische
weg.
-2. Een bestuursorgaan kan
elektronisch verschafte gegevens en bescheiden weigeren voor
zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor
het bestuursorgaan zou leiden.
-3. Een bestuursorgaan kan
een elektronisch verzonden bericht weigeren voor zover de
betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dit bericht onvoldoende is
gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel
waarvoor het wordt gebruikt.
-4. Het bestuursorgaan deelt
een weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de
afzender mede.
Art. 2:16.
[Elektronische handtekening] [Geschiedenis:
MvT; Stb. 2004, 214]
Aan het vereiste van
ondertekening is voldaan door een elektronische handtekening indien de
methode die daarbij voor authentificatie is gebruikt voldoende
betrouwbaar is, gelet op de aard en de inhoud van het elektronische bericht en het
doel waarvoor het wordt gebruikt. De artikelen 15a, tweede tot en
met zesde lid, en 15b van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van
overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van het bericht zich
daartegen niet verzet. Bij wettelijk voorschrift kunnen aanvullende eisen
worden gesteld.
Art. 2:17.
[Verzend- en ontvangsttheorie] [Geschiedenis:
MvT; Stb. 2004, 214;
Stb. 2010, 173]
-1. Als tijdstip waarop een
bericht door een bestuursorgaan elektronisch is verzonden, geldt het
tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt
waarvoor het bestuursorgaan geen verantwoordelijkheid draagt of, indien het
bestuursorgaan en de geadresseerde gebruik maken van hetzelfde systeem voor
gegevensverwerking, het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt
voor de geadresseerde.
-2. Als tijdstip waarop een
bericht door een bestuursorgaan elektronisch is ontvangen, geldt het
tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking heeft
bereikt.
|