|
AFDELING 3.1
Inleidende bepalingen
Art. 3:1.
[Reikwijdte;
schakelbepaling] (3.1.1) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; Stb. 1995, 355; Stb.
1997, 510; versie
1 januari 1998; Stb. 2006, 24]
-1. Op besluiten, inhoudende algemeen
verbindende voorschriften:
a. is afdeling 3.2 slechts van
toepassing, voor zover de aard van de besluiten zich daartegen
niet verzet;
b. zijn de afdelingen 3.6 en
3.7 niet van
toepassing.
-2. Op andere handelingen van
bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 3.2 tot en met
3.4 van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de
handelingen zich daartegen niet verzet.
AFDELING
3.2
Zorgvuldigheid en
belangenafweging
Art. 3:2.
[Zorgvuldige
voorbereiding] (3.2.1) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3508; AA3716; AA3943; AA4623;
AA5668; AA6465;
AA6936; AA7064;
AA7188; AA8538;
AB0237; AB2206;
AB2260; AB2279;
AB2280; AD3845;
AD7844;
AE3268;
AE3723;
AE3724; AE4069;
AE4236;
AE6817;
AP1140;
AT0206]
Bij de voorbereiding van
een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent
de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Art. 3:3.
[Verbod van
détournement de pouvoir] (3.2.2) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
Het bestuursorgaan
gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor
een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.
Art. 3:4.
[Belangenafweging; evenredigheid] (3.2.3) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA6465; AB2279; AB2280;
AE3732; AE4538]
-1. Het bestuursorgaan
weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af,
voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van
de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
-2. De voor één of meer
belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet
onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen
doelen.
AFDELING
3.3
Advisering
Art. 3:5.
[Begrip adviseur] (3.3.1) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
Stb. 1995, 355; versie
1 januari 1998]
-1. In deze
afdeling
wordt verstaan onder adviseur: een persoon of college, bij of
krachtens wettelijk voorschrift belast met het adviseren inzake
door een bestuursorgaan te nemen besluiten en niet werkzaam
onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan.
-2. Deze afdeling is niet
van toepassing op het horen van de Raad van
State.
Art. 3:6.
[Adviestermijn] (3.3.2) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
Stb. 1995, 355; versie
1 januari 1998]
-1. Indien aan de
adviseur niet reeds bij wettelijk voorschrift een termijn is
gesteld, kan het bestuursorgaan aangeven binnen welke termijn
een advies wordt verwacht. Deze termijn mag niet zodanig kort zijn dat de adviseur zijn taak niet naar behoren kan vervullen.
-2. Indien het advies
niet tijdig wordt uitgebracht, staat het enkele ontbreken daarvan
niet in de weg aan het nemen van het besluit.
Art. 3:7.
[Beschikbaarstelling gegevens] (3.3.3) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Het bestuursorgaan
waaraan advies wordt uitgebracht, stelt aan de adviseur, al dan
niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor
een goede vervulling van diens taak.
-2. Artikel 10 van de Wet
openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.
Art. 3:8.
[Vermelding
adviseur] (3.3.4) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
In of bij het besluit
wordt de adviseur vermeld die advies heeft uitgebracht.
Art. 3:9.
[Controle zorgvuldigheid onderzoek] (3.3.5)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AP1140]
Indien een besluit berust
op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een
adviseur is verricht, dient het bestuursorgaan zich ervan te
vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft
plaatsgevonden.
Art. 3:9a.
[Voorstellen
van wet] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 355; versie
1 januari 1998]
Deze afdeling is van
overeenkomstige toepassing op voorstellen van wet.
AFDELING
3.4
Uniforme
openbare
voorbereidingsprocedure
Art. 3:10.
[Reikwijdte] (3.4.1) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2005, 282; Stb.
2011, 201]
-1. Deze afdeling is van toepassing op de voorbereiding van besluiten indien dat bij wettelijk
voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.
-2. Tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het
bestuursorgaan anders is bepaald, is deze afdeling niet van toepassing
op de voorbereiding van een besluit inhoudende de afwijzing van een
aanvraag tot intrekking of wijziging van een besluit.
-3. Afdeling 4.1.1 is mede
van toepassing op andere besluiten dan beschikkingen indien deze
op aanvraag worden genomen en voorbereid overeenkomstig deze
afdeling.
-4. Indien deze afdeling van
toepassing is op de voorbereiding van een besluit, is paragraaf
4.1.3.3 niet van toepassing.
Art. 3:11.
[Terinzagelegging] (3.4.2) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
-1. Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen
besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs
nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage.
-2. Artikel 10 van de Wet
openbaarheid van bestuur is van
overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet
ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.
-3. Tegen vergoeding van ten hoogste de kosten verstrekt het
bestuursorgaan afschrift van de ter inzage gelegde stukken.
-4. De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16,
eerste lid, bedoelde termijn.
Art. 3:12.
[Openbare kennisgeving] (3.4.3)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
-1. Voorafgaand aan de
terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in één of meer dag-, nieuws-
of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van
het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke
inhoud.
-2. Indien het een besluit
van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan betreft,
wordt de kennisgeving in ieder geval in de Staatscourant geplaatst,
tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-3. In de kennisgeving wordt
vermeld:
a. waar en wanneer de
stukken ter inzage zullen liggen;
b. wie in de gelegenheid
worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen;
c. op welke wijze dit kan
geschieden;
d. indien toepassing is
gegeven aan artikel 3:18, tweede lid, de termijn
waarbinnen het besluit zal
worden genomen.
Art. 3:13.
[Toezending ontwerp-besluit aan belanghebbenden en
aanvrager] (3.4.4) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
-1. Indien het besluit tot één of meer belanghebbenden zal zijn gericht, zendt het bestuursorgaan
voorafgaand aan de terinzagelegging het ontwerp toe aan hen, onder
wie begrepen de aanvrager.
-2. Artikel 3:12, derde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
Art. 3:14.
[Nieuwe stukken en gegevens] (3.4A.1.1)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
-1. Het bestuursorgaan vult
de ter inzage gelegde stukken aan met nieuwe relevante stukken en
gegevens.
-2. Artikel 3:11, tweede tot
en met vierde lid, is van toepassing.
Art. 3:15.
[Naar voren brengen van zienswijzen] (3.4A.1.2)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 1999, 30;
Stb. 2002, 54]
-1. Belanghebbenden kunnen
bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling
hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.
-2. Bij wettelijk voorschrift
of door het bestuursorgaan kan worden bepaald dat ook aan anderen
de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze naar voren te
brengen.
-3. Indien het een besluit op
aanvraag betreft, stelt het bestuursorgaan de aanvrager zo nodig in de
gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen.
-4. Indien het een besluit
tot wijziging of intrekking van een besluit betreft, stelt het
bestuursorgaan degene tot wie het te wijzigen of in te trekken besluit is gericht
zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte
zienswijzen.
Art. 3:16.
[Termijn naar voren brengen van zienswijzen] (3.4A.2.1)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb.
2012, 682]
-1. De termijn voor het naar
voren brengen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen als
bedoeld in afdeling 3.3 bedraagt zes weken,
tenzij bij wettelijk
voorschrift een langere termijn is bepaald.
-2. De termijn vangt aan met
ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.
-3. Op schriftelijk naar
voren gebrachte zienswijzen zijn de
artikelen 6:9, 6:10 en
6:15 van overeenkomstige toepassing.
Art. 3:17.
[Verslag] (3.4A.2.2) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
Van hetgeen overeenkomstig
artikel 3:15 mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag
gemaakt.
Art. 3:18.
[Beslistermijn] (3.4A.2.3) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
-1. Indien het een besluit op
aanvraag betreft, neemt het bestuursorgaan het besluit zo spoedig
mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
-2. Indien de aanvraag een
zeer ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, kan het
bestuursorgaan, alvorens een ontwerp ter inzage te leggen, binnen acht weken na
ontvangst van de aanvraag de in het eerste lid bedoelde termijn met een
redelijke termijn verlengen. Voordat het bestuursorgaan een besluit
tot verlenging neemt, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn
zienswijze daarover naar voren te brengen.
-3. In afwijking van het
eerste lid neemt het bestuursorgaan het besluit uiterlijk twaalf weken na de
terinzagelegging van het ontwerp indien het een besluit betreft:
a. inzake intrekking van een
besluit;
b. inzake wijziging van een
besluit en de aanvraag is gedaan door een ander dan degene tot wie het
te wijzigen besluit is gericht.
-4. Indien geen zienswijzen
naar voren zijn gebracht, doet het bestuursorgaan daarvan zo spoedig mogelijk
nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is
verstreken mededeling op de wijze, bedoeld in artikel
3:12, eerste en
tweede lid. In afwijking van het eerste of derde lid neemt het bestuursorgaan het
besluit in dat geval binnen vier weken nadat de termijn voor het
naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
AFDELING
3.5
Samenhangende
besluiten
§
3.5.1. Algemeen
Art.
3:19. [Reikwijdte]
(3.4A.3.1) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
Deze afdeling is van toepassing op besluiten die nodig zijn om een
bepaalde activiteit te mogen verrichten en op besluiten die
strekken tot het vaststellen van een financiële aanspraak met het
oog op die activiteit.
§
3.5. 2.
Informatie
Art.
3:20. [Informatieverschaffing]
(3.4A.3.2) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
-1. Het bestuursorgaan bevordert dat
een aanvrager in kennis wordt gesteld van andere op aanvraag te
nemen besluiten waarvan het bestuursorgaan redelijkerwijs kan
aannemen dat deze nodig zijn voor de door de aanvrager te
verrichten activiteit.
-2. Bij de kennisgeving wordt per
besluit in ieder geval vermeld:
a. naam en adres van het
bestuursorgaan bevoegd tot het nemen van het besluit;
b. krachtens welk wettelijk
voorschrift het besluit wordt genomen.
§
3.5. 3.
Coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming
Art.
3:21. [Reikwijdte] (3.4A.3.3)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
-1. Deze paragraaf is van toepassing
op besluiten ten aanzien waarvan dit is bepaald:
a. bij wettelijk voorschrift;
of
b. bij besluit van de tot het
nemen van die besluiten bevoegde bestuursorganen.
-2. Deze paragraaf is niet van
toepassing op besluiten als bedoeld in artikel
4:21, tweede lid, of ten aanzien waarvan bij of krachtens
wettelijk voorschrift een periode is vastgesteld na afloop waarvan
wordt beslist op aanvragen die in die periode zijn ingediend.
Art.
3:22. [Coördinerend bestuursorgaan] (3.4A.3.4)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
Bij of krachtens het in artikel 3:21, eerste lid,
onderdeel a, bedoelde wettelijk voorschrift of bij het in artikel
3:21, eerste lid, onderdeel b, bedoelde besluit wordt één van
de betrokken bestuursorganen aangewezen als coördinerend bestuursorgaan.
Art.
3:23. [Coördinatie en medewerking]
(3.4A.4.1) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
-1. Het coördinerend bestuursorgaan
bevordert een doelmatige en samenhangende besluitvorming, waarbij
de bestuursorganen bij de beoordeling van de aanvragen in ieder
geval rekening houden met de onderlinge samenhang daartussen en
tevens letten op de samenhang tussen de te nemen besluiten.
-2. De andere betrokken
bestuursorganen verlenen de medewerking die voor het welslagen van
een doelmatige en samenhangende besluitvorming nodig is.
Art.
3:24. [Indiening aanvragen] (3.4A.4.2)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
-1. De besluiten worden zoveel
mogelijk gelijktijdig aangevraagd, met dien verstande dat de
laatste aanvraag niet later wordt ingediend dan zes weken na
ontvangst van de eerste aanvraag.
-2. De aanvragen worden ingediend bij
het coördinerend bestuursorgaan. Het coördinerend bestuursorgaan
zendt terstond na ontvangst van de aanvragen een afschrift daarvan
aan de bevoegde bestuursorganen.
-3. Indien een aanvraag voor één
van de besluiten ontbreekt, stelt het coördinerend bestuursorgaan
de aanvrager in de gelegenheid de ontbrekende aanvraag binnen een
door het coördinerend bestuursorgaan te bepalen termijn in te
dienen. Indien de ontbrekende aanvraag niet tijdig wordt
ingediend, is het coördinerend bestuursorgaan bevoegd om deze
paragraaf ten aanzien van bepaalde besluiten buiten toepassing te
laten. In dat geval wordt voor de toepassing van bij wettelijk
voorschrift geregelde termijnen het tijdstip waarop tot het buiten
toepassing laten wordt beslist, gelijkgesteld met het tijdstip van
ontvangst van de aanvraag.
-4. Bij het in artikel
3:21, eerste lid, onderdeel a, bedoelde wettelijk
voorschrift kan worden bepaald dat de aanvraag voor een besluit
niet wordt behandeld indien niet tevens de aanvraag voor een ander
besluit is ingediend.
Art.
3:25. [Aanvang beslistermijn] (3.4A.4.3)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
Onverminderd artikel 3:24, derde en vierde
lid, vangt de termijn voor het nemen van de besluiten aan met
ingang van de dag waarop de laatste aanvraag is ontvangen.
Art.
3:26. [Voorbereiding] (3.4A.4.4)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
-1. Indien op de voorbereiding van
één van de besluiten afdeling 3.4 van
toepassing is, is die afdeling van toepassing op de voorbereiding
van alle besluiten, met inachtneming van het volgende:
a. de ingevolge de artikelen
3:11 en 3:44, eerste lid, onderdeel a,
vereiste terinzagelegging geschiedt in ieder geval ten kantore van
het coördinerend bestuursorgaan;
b. het coördinerend
bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de gelegenheid tot het
mondeling naar voren brengen van zienswijzen wordt gegeven met
betrekking tot de ontwerpen van alle besluiten gezamenlijk;
c. zienswijzen kunnen in ieder
geval bij het coördinerend bestuursorgaan naar voren worden
gebracht;
d. indien over het ontwerp van
één van de besluiten zienswijzen naar voren kunnen worden
gebracht door een ieder, geldt dit eveneens met betrekking tot de
ontwerpen van de andere besluiten;
e. de ingevolge die afdeling
en afdeling 3.6 vereiste mededelingen,
kennisgevingen en toezendingen geschieden door het coördinerend
bestuursorgaan;
f. alle besluiten worden
genomen binnen de termijn die geldt voor het besluit met de
langste beslistermijn;
g. de dag van terinzagelegging
bij het coördinerend bestuursorgaan is bepalend voor de aanvang
van de beroepstermijn ingevolge artikel
6:8, vierde lid.
-2. Indien afdeling
3.4 niet van toepassing is, geschiedt de voorbereiding met
toepassing of overeenkomstige toepassing van afdeling
4.1.2 en de onderdelen b tot en met f van het
eerste lid van dit artikel.
Art.
3:27. [Bekendmaking] (3.4A.4.5)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200]
-1. De bevoegde bestuursorganen zenden de
door hen genomen besluiten toe aan het coördinerend bestuursorgaan.
-2. Het coördinerend bestuursorgaan maakt de
besluiten gelijktijdig bekend en legt deze gelijktijdig ter inzage.
Art.
3:28. [Bezwaar en administratief
beroep] (3.4A.5.1) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54;
Stb. 2008, 200; Stb.
2012, 682]
-1. Indien tegen één van de
besluiten bezwaar kan worden gemaakt of administratief beroep kan
worden ingesteld, geschiedt dit door het indienen van het bezwaar-
of beroepschrift bij het coördinerend bestuursorgaan. Het coördinerend
bestuursorgaan zendt terstond na ontvangst van het bezwaar- of
beroepschrift een afschrift daarvan aan het bevoegde
bestuursorgaan.
-2. De bevoegde bestuursorganen
zenden de door hen genomen beslissingen op bezwaar of beroep toe
aan het coördinerend bestuursorgaan. Het coördinerend
bestuursorgaan maakt de beslissingen gelijktijdig bekend en doet
de ingevolge artikel 7:12, derde
lid, of 7:26, vierde lid, vereiste
mededelingen.
-3. Een beslissing op een verzoek in
te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter als bedoeld in artikel 7:1a,
vierde lid, wordt genomen door het coördinerend bestuursorgaan.
Onverminderd artikel 7:1a,
tweede lid, wijst het coördinerend bestuursorgaan het verzoek in
ieder geval af indien tegen één van de andere besluiten een
bezwaarschrift is ingediend waarin eenzelfde verzoek ontbreekt.
Art.
3:29. [Beroep bij de bestuursrechter]
(3.4A.5.2) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 1999, 30;
Stb. 2002, 54; Stb.
2008, 200; Stb. 2011, 4;
Stb.
2012, 682]
-1. Indien
tegen één of meer van de besluiten beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank,
staat tegen alle besluiten beroep open bij de rechtbank binnen het
rechtsgebied waarvan het coördinerend bestuursorgaan zijn zetel heeft.
-2. Indien tegen alle besluiten beroep kan
worden ingesteld bij een andere bestuursrechter dan de rechtbank,
staat tegen alle besluiten beroep open bij:
a. de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State, indien tegen één of meer
van de besluiten bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;
b. het College
van Beroep voor het bedrijfsleven, indien tegen één of meer van de
besluiten beroep kan worden ingesteld bij het College en onderdeel a
niet van toepassing is;
c. de Centrale
Raad van Beroep, indien tegen één of meer van de besluiten beroep
kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep en de onderdelen a
en b niet van toepassing zijn.
-3. Indien tegen de uitspraak van de
rechtbank inzake één of meer besluiten hoger beroep kan worden ingesteld
bij:
a. de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State, staat inzake alle besluiten hoger beroep open bij de
Afdeling;
b. het College van Beroep voor het
bedrijfsleven en onderdeel a niet van toepassing is, staat inzake
alle besluiten hoger beroep open bij het College;
c. de Centrale Raad van Beroep en de
onderdelen a en b niet van toepassing zijn, staat inzake
alle besluiten hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
-4. De ingevolge het eerste lid bevoegde
rechtbank of de ingevolge het tweede of derde lid bevoegde bestuursrechter
kan de behandeling van de beroepen in eerste aanleg dan wel de
hoger beroepen verwijzen naar een andere rechtbank onderscheidenlijk een
andere bestuursrechter die voor de behandeling ervan meer geschikt
wordt geacht. Artikel 8:13, tweede en derde
lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art.
3:30. Vervallen.
(3.4A.6.1) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
Art.
3:31.
Vervallen.
(3.4A.6.2) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
Art.
3:32.
Vervallen.
(3.4A.6.3) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
Art.
3:33. Vervallen.
(3.4A.6.4) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
AFDELING
3.6
Bekendmaking en mededeling
Art. 3:40.
[Inwerkingtreding besluit] (3.5.1)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN AD9031]
Een besluit treedt niet
in werking voordat het is bekendgemaakt.
Art. 3:41.
[Bekendmaking besluit] (3.5.2)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN AD9031]
-1. De bekendmaking van
besluiten die tot één of meer belanghebbenden zijn gericht,
geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie
begrepen de aanvrager.
-2. Indien de
bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als
voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte
wijze.
Art. 3:42.
[Openbare bekendmaking; terinzagelegging] (3.5.3)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis + bis;
Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 214;
Stb. 2008, 551]
-1. De
bekendmaking van besluiten van een tot de centrale overheid
behorend bestuursorgaan die niet tot één of meer belanghebbenden
zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van
de zakelijke inhoud ervan in de Staatscourant, tenzij bij
wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-2. De bekendmaking van besluiten van
een niet tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan die niet
tot één of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door
kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in
een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
Elektronische bekendmaking vindt uitsluitend plaats in een van
overheidswege uitgegeven blad, tenzij bij wettelijk voorschrift
anders is bepaald.
-3. Indien alleen van de
zakelijke inhoud wordt kennisgegeven, wordt het besluit
tegelijkertijd ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld
waar en wanneer het besluit ter inzage ligt.
Art. 3:43.
[Mededelingsplicht]
(3.5.4) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
-1. Tegelijkertijd met of
zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van het besluit
mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun
zienswijze naar voren hebben gebracht. Aan een adviseur als
bedoeld in artikel 3:5 wordt in ieder geval mededeling gedaan
indien van het advies wordt afgeweken.
-2. Bij de mededeling van
een besluit wordt tevens vermeld wanneer en hoe de bekendmaking
ervan heeft plaatsgevonden.
Art. 3:44.
[Mededelen van besluit] (3.5.4a)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54]
-1. Indien bij de
voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling
3.4, geschiedt de
mededeling, bedoeld in artikel 3:43, eerste lid:
a. met overeenkomstige
toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste
of tweede lid, en derde lid,
onderdeel a, met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen
totdat de beroepstermijn is verstreken; en
b. door toezending van een
exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het
besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht.
-2. In afwijking van het
eerste lid, onderdeel b, kan het bestuursorgaan:
a. indien de omvang van het
besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met een ieder van de daar
bedoelde personen de strekking van het besluit mee te delen;
b. indien een zienswijze
door meer dan vijf personen naar voren is gebracht bij hetzelfde
geschrift, volstaan met toezending van een exemplaar aan de vijf
personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld;
c. indien een zienswijze
naar voren is gebracht door meer dan vijf personen bij hetzelfde
geschrift en de omvang van het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan
met het meedelen aan de vijf personen wier namen en adressen als eerste
in dat geschrift zijn vermeld, van de strekking van het besluit;
d. indien toezending zou
moeten geschieden aan meer dan 250 personen, die toezending
achterwege laten.
Art. 3:45.
[Vermelding rechtsmiddelen] (3.5.5)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
VvW2; MvT2;
versie
1 januari 1998]
-1. Indien tegen een
besluit bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld,
wordt daarvan bij de bekendmaking en bij de mededeling van het
besluit melding gemaakt.
-2. Hierbij wordt vermeld
door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan bezwaar kan
worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld.
AFDELING
3.7
Motivering
Art.
3:46.
[Deugdelijke
motivering] (4.1.4.1) (3.6.1) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3508; AA6465; AA8538;
AE4247]
Een besluit dient te
berusten op een deugdelijke motivering.
Art.
3:47.
[Vermelding motivering] (4.1.4.2) (3.6.2)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
-1. De motivering wordt
vermeld bij de bekendmaking van het besluit.
-2. Daarbij wordt zo
mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit
wordt genomen.
-3. Indien de motivering
in verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de
bekendmaking van het besluit kan worden vermeld, verstrekt het
bestuursorgaan deze binnen één week na de bekendmaking.
-4. In dat geval zijn de
artikelen 3:41 tot en met 3:43 van overeenkomstige toepassing.
Art. 3:48.
[Achterwege
laten motivering] (4.1.4.4) (3.6.3) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
-1. De vermelding van de
motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden
aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
-2. Verzoekt een
belanghebbende binnen een redelijke termijn om de motivering, dan
wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt.
Art. 3:49.
[Verwijzing
naar advies] (4.1.4.5) (3.6.4) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
Ter motivering van een
besluit of een onderdeel daarvan kan worden volstaan met een
verwijzing naar een met het oog daarop uitgebracht advies indien
het advies zelf de motivering bevat en van het advies kennis is of
wordt gegeven.
Art. 3:50.
[Afwijking advies] (4.1.4.6) (3.6.5)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
Indien het bestuursorgaan
een besluit neemt dat afwijkt van een met het oog daarop krachtens
wettelijk voorschrift uitgebracht advies, wordt zulks met de
redenen voor de afwijking in de motivering vermeld.
|