|
TITEL
5.1Algemene bepalingen
Art.
5:1. [Begrippen
overtreding en overtreder] (5.0.1) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264; Stb.
2009, 265]
-1. In deze wet wordt
verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde
bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
-2. Onder overtreder wordt
verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt.
-3. Overtredingen kunnen
worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 51,
tweede en derde lid, van het Wetboek
van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
Art.
5:2. [Begrippen
bestuurlijke, herstel- en bestraffende sanctie] (5.0.2)
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. In deze wet wordt
verstaan onder:
a. bestuurlijke sanctie: een
door een bestuursorgaan wegens een overtreding opgelegde
verplichting of onthouden aanspraak;
b. herstelsanctie: een
bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken
of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van
een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen
van een overtreding;
c. bestraffende sanctie: een
bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te
voegen.
-2. Geen bestuurlijke sanctie
is de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen.
Art.
5:3. [Reikwijdte] (5.0.3)
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
De artikelen 5:4 tot en met
5:10 zijn van toepassing op:
a. in dit hoofdstuk
geregelde bestuurlijke sancties; en
b. bij wettelijk voorschrift
aangewezen andere bestuurlijke sancties.
Art.
5:4. [Legaliteitsbeginsel
sanctieoplegging] (5.0.4) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. De bevoegdheid tot het
opleggen van een bestuurlijke sanctie bestaat slechts voor zover zij bij
of krachtens de wet is verleend.
-2. Een bestuurlijke sanctie
wordt slechts opgelegd indien de overtreding en de sanctie bij of
krachtens een aan de gedraging voorafgaand wettelijk voorschrift zijn
omschreven.
Art.
5:5. [Rechtvaardigingsgrond
overtreding] (5.0.5) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Het bestuursorgaan legt geen
bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een
rechtvaardigingsgrond bestond.
Art.
5:6. [Cumulatie
herstelsancties] (5.0.6) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Het bestuursorgaan legt geen
herstelsanctie op zolang een andere wegens dezelfde overtreding
opgelegde herstelsanctie van kracht is.
Art.
5:7. [Preventieve
herstelsanctie] (5.0.7) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Een herstelsanctie kan
worden opgelegd zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk
dreigt.
Art.
5:8. [Meerdaadse
samenloop] (5.0.8) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Indien twee of meer
voorschriften zijn overtreden, kan voor de overtreding van elk
afzonderlijk voorschrift een bestuurlijke sanctie worden opgelegd.
Art.
5:9. [Vereisten
sanctiebeschikking] (5.0.9) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
De beschikking tot oplegging
van een bestuurlijke sanctie vermeldt:
a. de overtreding alsmede
het overtreden voorschrift;
b. zo nodig een aanduiding
van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is
geconstateerd.
Art.
5:10. [Bestemming
sanctieopbrengst] (5.0.10) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Voor zover een
bestuurlijke sanctie verplicht tot betaling van een geldsom, komt deze geldsom
toe aan het bestuursorgaan dat de sanctie heeft opgelegd, tenzij bij
wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-2. Het bestuursorgaan kan de
geldsom invorderen bij dwangbevel.
Art.
5:10a. [Zwijgrecht
en cautie]
(5.0.11) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Degene die wordt verhoord
met het oog op het aan hem opleggen van een bestraffende sanctie is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de
overtreding af te leggen.
-2. Vóór het verhoor wordt
aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.
TITEL
5.2 Toezicht op de
naleving
Art. 5:11.
[Begrip toezichthouder] (5.1.1)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
Onder toezichthouder wordt verstaan: een persoon bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het
houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens enig wettelijk voorschrift.
Art. 5:12.
[Legitimatiebewijs]
(5.1.2) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2012, 316]
-1. Bij de uitoefening van zijn taak draagt een
toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven
door het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de
toezichthouder werkzaam is.
-2. Een toezichthouder toont zijn
legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
-3. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de
toezichthouder en vermeldt in ieder geval diens naam en
hoedanigheid. Het model van het legitimatiebewijs wordt
vastgesteld bij regeling van Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art. 5:13.
[Evenredigheidsbeginsel]
(5.1.3) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden
slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling
van zijn taak nodig is.
Art. 5:14.
[Beperking bevoegdheden] (5.1.4)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van
het bestuursorgaan dat de toezichthouder als zodanig aanwijst,
kunnen de aan de toezichthouder toekomende bevoegdheden worden
beperkt.
Art. 5:15.
[Binnentreden] (5.1.5)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
-1. Een toezichthouder is bevoegd, met
medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden,
met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner.
-2. Zo nodig verschaft hij zich toegang met
behulp van de sterke arm.
-3. Hij is bevoegd zich te doen vergezellen
door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.
Art. 5:16.
[Vordering inlichtingen] (5.1.6)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te
vorderen.
Art. 5:16a.
[Inzage identiteitsbewijs] [Geschiedenis:
Stb. 2004, 300]
Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen van een
identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht.
Art. 5:17.
[Inzage zakelijke gegevens en
bescheiden] (5.1.7) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
-1. Een toezichthouder is bevoegd inzage te
vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.
-2. Hij is bevoegd van de gegevens en
bescheiden kopieën te maken.
-3. Indien het maken van kopieën niet ter
plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden
voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af
te geven schriftelijk bewijs.
Art. 5:18.
[Onderzoek, opneming en
monsterneming] (5.1.8) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; Stb.
1997, 510; versie
1 januari 1998]
-1. Een toezichthouder is bevoegd zaken te
onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te
nemen.
-2. Hij is bevoegd daartoe verpakkingen te
openen.
-3. De toezichthouder neemt op verzoek van
de belanghebbende indien mogelijk een tweede monster, tenzij bij
of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.
-4. Indien het onderzoek, de opneming of de
monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de
zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door
hem af te geven schriftelijk bewijs.
-5. De genomen monsters worden voor zover
mogelijk teruggegeven.
-6. De belanghebbende wordt op zijn verzoek zo
spoedig mogelijk in kennis gesteld van de resultaten van het
onderzoek, de opneming of de monsterneming.
Art. 5:19.
[Onderzoek vervoermiddelen] (5.1.9)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2012, 316]
-1. Een toezichthouder is bevoegd
vervoermiddelen te onderzoeken met betrekking waartoe hij een
toezichthoudende taak heeft.
-2. Hij is bevoegd vervoermiddelen waarmee naar
zijn redelijk oordeel zaken worden vervoerd met betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft, op hun lading te
onderzoeken.
-3. Hij is bevoegd van de bestuurder van een
vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven
bescheiden met betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak
heeft.
-4. Hij is bevoegd met het oog op de
uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een
voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze
zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen
plaats overbrengt.
-5. Bij regeling van Onze Minister van
Veiligheid en Justitie wordt bepaald op welke wijze de vordering tot stilhouden wordt gedaan.
Art. 5:20.
[Medewerkingsplicht] (5.1.10)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998]
-1. Een ieder is verplicht aan een
toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle
medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij
de uitoefening van zijn bevoegdheden.
-2. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of
wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het
verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun
geheimhoudingsplicht voortvloeit.
TITEL
5.3
Herstelsancties
AFDELING
5.3.1
Last onder bestuursdwang
Art.
5:21. [Begrip
last onder bestuursdwang] (5.2.1)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Onder last onder
bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of
gedeeltelijk herstel van de overtreding; en
b. de bevoegdheid van het
bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Art.
5:22. Vervallen vóór de parlementaire behandeling van de Vierde
tranche Algemene wet bestuursrecht. (5.2.2)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Art.
5:23. [Reikwijdte]
(5.2.3) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Deze afdeling is niet van
toepassing op optreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde.
Art.
5:24. [Vereisten
last onder bestuursdwang] (5.2.4)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
-1. De last onder
bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
-2. De last onder
bestuursdwang vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.
-3. De last onder
bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder, aan de
rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft en aan
de aanvrager.
Art.
5:25. [Kosten
toepassing bestuursdwang] (5.2.5)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998 Stb. 2009, 264]
-1. De toepassing van
bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder, tenzij deze
kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
-2. De last vermeldt in
hoeverre de kosten van bestuursdwang ten laste van de overtreder zullen
worden gebracht.
-3. Tot de kosten van
bestuursdwang behoren de kosten van voorbereiding van bestuursdwang, voor
zover deze zijn gemaakt na het verstrijken van de termijn
waarbinnen de last had moeten worden uitgevoerd.
-4. De kosten van
voorbereiding van bestuursdwang zijn ook verschuldigd voor zover als
gevolg van het alsnog uitvoeren van de last geen bestuursdwang is
toegepast.
-5. Tot de kosten van
bestuursdwang behoren tevens de kosten van vergoeding van schade
ingevolge artikel 5:27, zesde lid.
-6. Het bestuursorgaan stelt
de hoogte van de verschuldigde kosten vast.
Art.
5:26. Vervallen vóór de parlementaire behandeling van de Vierde
tranche Algemene wet bestuursrecht. (5.2.6)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Art.
5:27. [Binnentreden]
(5.2.8) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
-1. Om bestuursdwang toe te
passen, hebben door het bestuursorgaan aangewezen personen toegang
tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun
taak nodig is.
-2. Voor het binnentreden in
een woning zonder toestemming van de bewoner is het
bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een machtiging
als bedoeld in artikel 2 van de Algemene
wet op het binnentreden.
-3. Een plaats die niet bij
de overtreding is betrokken, wordt niet betreden dan nadat het
bestuursorgaan dit de rechthebbende ten minste 48 uren tevoren
schriftelijk heeft aangezegd.
-4. Het derde lid geldt niet
indien tijdige aanzegging wegens de vereiste spoed niet mogelijk is. De
aanzegging geschiedt dan zo spoedig mogelijk.
-5. De aanzegging omschrijft
de wijze waarop het betreden zal plaatsvinden.
-6. Het bestuursorgaan
vergoedt de schade die door het betreden van een plaats als bedoeld in
het derde lid wordt veroorzaakt, voor zover deze redelijkerwijs niet ten
laste van de rechthebbende behoort te komen, onverminderd het recht tot
verhaal van deze schade op de overtreder ingevolge artikel
5:25,
vijfde lid.
Art.
5:28. [Verzegeling]
(5.2.9) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Het bestuursorgaan dat
bestuursdwang toepast, is bevoegd tot het verzegelen van gebouwen,
terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt.
Art.
5:29. [Meevoering
en opslag] (5.2.10) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
-1. Voor zover de toepassing
van bestuursdwang dit vergt, kan het bestuursorgaan zaken
meevoeren en opslaan.
-2. Het bestuursorgaan doet
van het meevoeren en opslaan proces-verbaal opmaken. Een afschrift van
het proces-verbaal wordt verstrekt aan degene die de zaken onder
zijn beheer had.
-3. Het bestuursorgaan draagt
zorg voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft deze zaken
terug aan de rechthebbende.
-4. Het bestuursorgaan kan de
teruggave opschorten totdat de ingevolge artikel 5:25 verschuldigde
kosten zijn voldaan.
-5. Indien de rechthebbende
niet tevens de overtreder is, kan het bestuursorgaan de teruggave
opschorten totdat de kosten van bewaring zijn voldaan.
Art.
5:30. [Verkoop,
overdracht of vernietiging] (5.2.11)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
-1. Indien een meegevoerde en
opgeslagen zaak niet binnen dertien weken nadat zij is
meegevoerd, kan worden teruggegeven, kan het bestuursorgaan de zaak
verkopen.
-2. Het bestuursorgaan kan de
zaak eerder verkopen zodra de ingevolge artikel 5:25 verschuldigde
kosten, vermeerderd met de voor de verkoop geraamde kosten, in
verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden.
-3. Verkoop vindt evenwel
niet plaats binnen twee weken na de verstrekking van het
afschrift van het proces-verbaal van meevoeren en opslaan, tenzij het
gevaarlijke stoffen of eerder aan bederf onderhevige stoffen betreft.
-4. Gedurende drie jaren na
het tijdstip van verkoop heeft degene die op dat tijdstip eigenaar was
recht op de opbrengst van de zaak onder aftrek van de ingevolge artikel
5:25 verschuldigde kosten en de kosten van de verkoop. Na het verstrijken
van deze termijn vervalt een batig saldo aan het bestuursorgaan.
-5. Indien naar het oordeel
van het bestuursorgaan verkoop niet mogelijk is, kan het de zaak om niet
aan een derde in eigendom overdragen of laten vernietigen. Het
eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Art.
5:31. [Toepassing
bestuursdwang in spoedeisende situaties] (5.2.12)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
-1. Een bestuursorgaan dat
bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in
spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder
voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde lid, is op dit
besluit van overeenkomstige toepassing.
-2. Indien de situatie zo
spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan terstond
bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien
alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt.
Art.
5:31a. [Verzoek
tot toepassing bestuursdwang] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. De aanvrager van een last
onder bestuursdwang, dan wel een andere belanghebbende die door de
overtreding wordt benadeeld, kan het bestuursorgaan verzoeken
bestuursdwang toe te passen.
-2. Het verzoek kan worden
gedaan na afloop van de termijn, bedoeld in artikel
5:24, tweede lid.
-3. Het bestuursorgaan
beslist binnen vier weken op het verzoek. De beslissing is een
beschikking.
Art.
5:31b. [Verval
toepassingsbeschikking] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
De beschikking omtrent de
toepassing vervalt voor zover de last onder bestuursdwang wordt
ingetrokken of vernietigd.
Art.
5:31c. [Rechtsmiddelen
bijkomende beschikkingen] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264; Stb.
2012, 682]
-1. Het bezwaar, beroep of
hoger beroep tegen de last onder bestuursdwang heeft mede betrekking op een
beschikking die strekt tot toepassing van bestuursdwang of op een
beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor
zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
-2. De bestuursrechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep inzake de beschikking
tot toepassing van bestuursdwang of de beschikking tot vaststelling
van de kosten echter verwijzen naar een ander orgaan indien behandeling
door dit orgaan gewenst is.
-3. In beroep of hoger beroep
legt de belanghebbende zo mogelijk een afschrift over van de
beschikking die hij betwist.
-4. Het eerste tot en met het
derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om
voorlopige voorziening.
AFDELING
5.3.2
Last onder dwangsom
Art.5:31d.
[Begrip last onder dwangsom] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Onder last onder dwangsom
wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of
gedeeltelijk herstel van de overtreding; en
b. de verplichting tot
betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt
uitgevoerd.
Art.
5:32. [Afgeleide
dwangsombevoegdheid | Keuzecriterium] (5.3.1)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
-1. Een bestuursorgaan dat
bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats
daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
-2. Voor een last onder
dwangsom wordt niet gekozen indien het belang dat het betrokken
voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet.
Art.
5:32a. [Vereisten
last onder dwangsom] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. De last onder dwangsom
omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
-2. Bij een last onder
dwangsom die strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het
voorkomen van verdere overtreding, wordt een termijn gesteld gedurende
welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom
wordt verbeurd.
Art.
5:32b. [Vaststelling
dwangsom] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Het bestuursorgaan stelt
de dwangsom vast hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag
per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel per
overtreding van de last.
-2. Het bestuursorgaan stelt
tevens een bedrag vast waarboven geen dwangsom meer wordt
verbeurd.
-3. De bedragen staan in
redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de
beoogde werking van de dwangsom.
Art.
5:33. [Betalingstermijn
verbeurde dwangsom] (5.3.2) [Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; Stb.
1997, 510; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Een verbeurde dwangsom wordt
betaald binnen zes weken nadat zij van rechtswege is verbeurd.
Art.
5:34. [Opheffing,
opschorting of vermindering dwangsom] (5.3.3)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
-1. Het bestuursorgaan dat
een last onder dwangsom heeft opgelegd, kan op verzoek van de
overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde
termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of
tijdelijke gehele of gedeeltelijk onmogelijkheid voor de overtreder om aan
zijn verplichtingen te voldoen.
-2. Het bestuursorgaan dat
een last onder dwangsom heeft opgelegd, kan op verzoek van de
overtreder de last opheffen indien de beschikking één jaar van kracht is
geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.
Art.
5:35. [Verjaring
invorderingsbevoegdheid] (5.3.4)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 1999, 30;
Stb. 2009, 264]
In afwijking van artikel
4:104 verjaart de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom
door verloop van één jaar na de dag waarop zij is verbeurd.
Art.
5.36. Vervallen vóór de parlementaire behandeling van de Vierde
tranche Algemene wet bestuursrecht. (5.3.5)
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; Stb. 1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Art.
5:37. [Invorderingsbeschikking]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Alvorens aan te manen tot
betaling van de dwangsom, beslist het bestuursorgaan bij
beschikking omtrent de invordering van een dwangsom.
-2. Het bestuursorgaan geeft
voorts een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom
indien een belanghebbende daarom verzoekt.
-3. Het bestuursorgaan
beslist binnen vier weken op het verzoek.
Art.
5:38. [Verval
invorderingsbeschikking] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Indien uit een
beschikking tot intrekking of wijziging van de last onder dwangsom voortvloeit dat een
reeds gegeven beschikking tot invordering van die dwangsom niet in
stand kan blijven, vervalt die beschikking.
-2. Het bestuursorgaan kan
een nieuwe beschikking tot invordering geven die in overeenstemming
is met de gewijzigde last onder dwangsom.
Art.
5:39. [Rechtsmiddelen
invorderingsbeschikking; verwijzing] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264; Stb.
2012, 682]
-1. Het bezwaar, beroep of
hoger beroep tegen de last onder dwangsom heeft mede betrekking op een
beschikking die strekt tot invordering van de dwangsom, voor zover de
belanghebbende deze beschikking betwist.
-2. De bestuursrechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep tegen de beschikking
tot invordering echter verwijzen naar een ander orgaan indien
behandeling door dit orgaan gewenst is.
-3. In beroep of hoger beroep
legt de belanghebbende zo mogelijk een afschrift over van de
beschikking die hij betwist.
-4. Het eerste tot en met het
derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om
voorlopige voorziening.
TITEL
5.4
Bestuurlijke boete
AFDELING
5.4.1
Algemene bepalingen
Art.
5:40. [Begrip
bestuurlijke boete | Reikwijdte]
(5.4.1.1) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Onder bestuurlijke boete
wordt verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een
onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom.
-2. Deze titel is niet van
toepassing op de intrekking of wijziging van een aanspraak op financiële
middelen.
Art.
5:41. [Geen-straf-zonder-schuldbeginsel]
(5.4.1.2) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Het bestuursorgaan legt geen
bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de
overtreder kan worden verweten.
Art.
5:42. [Geen
boete bij overlijden]
(5.4.1.3) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Het bestuursorgaan legt
geen bestuurlijke boete op indien de overtreder is overleden.
-2. Een bestuurlijke boete
vervalt indien zij op het tijdstip van het overlijden van de overtreder
niet onherroepelijk is. Een onherroepelijke bestuurlijke boete vervalt
voor zover zij op dat tijdstip nog niet is betaald.
Art.
5:43. [Ne-bis-in-idembeginsel]
(5.4.1.4) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Het bestuursorgaan legt geen
bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde
overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel
een kennisgeving als bedoeld in artikel 5:50, tweede lid, aanhef en
onder a, is bekendgemaakt.
Art.
5:44. [Verhouding
bestuurlijke boete/strafrechtelijke sanctie]
(5.4.1.5) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264; Stb.
2009, 265]
-1. Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke boete op indien
tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is
ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een
strafbeschikking is uitgevaardigd.
-2. Indien de gedraging
tevens een strafbaar feit is, wordt zij aan de officier van justitie
voorgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift is bepaald, dan wel met het openbaar
ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien.
-3. Voor een gedraging die
aan de officier van justitie moet worden voorgelegd, legt het
bestuursorgaan slechts een bestuurlijke boete op, indien:
a. de officier van justitie
aan het bestuursorgaan heeft medegedeeld ten aanzien van de overtreder
van strafvervolging af te zien; of
b. het bestuursorgaan niet
binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft
ontvangen.
Art.
5:45. [Vervaltermijnen
opleggingsbevoegdheid]
(5.4.1.6) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264; Stb.
2009, 265]
-1. Indien artikel 5:53 van
toepassing is, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een
bestuurlijke boete vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
-2. In de overige gevallen
vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete drie jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
-3. Indien tegen de
bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de
vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is
beslist.
Art.
5:46. [Wettelijk
boetemaximum | Afstemming boete]
(5.4.1.7) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. De wet bepaalt de
bestuurlijke boete die wegens een bepaalde overtreding ten hoogste kan
worden opgelegd.
-2. Tenzij de hoogte van de
bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, stemt het
bestuursorgaan de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de
mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuursorgaan
houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de
overtreding is gepleegd.
-3. Indien de hoogte van de
bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, legt het
bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de
overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens
bijzondere omstandigheden te hoog is.
-4. Artikel 1, tweede lid,
van het Wetboek van
Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
Art.
5:47. [Verval
boete bij bevel tot vervolging]
(5.4.1.8) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264; Stb.
2009, 265]
Een bestuurlijke boete die
is opgelegd wegens een gedraging die tevens een strafbaar feit is,
vervalt indien het gerechtshof met toepassing van artikel 12i van het
Wetboek van
Strafvordering de vervolging van de overtreder voor dat feit
beveelt.
AFDELING
5.4.2
De procedure
Art.
5:48. [Rapport
overtreding]
(5.4.2.1) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Het bestuursorgaan en de
voor de overtreding bevoegde toezichthouder kunnen van de overtreding
een rapport opmaken.
-2. Het rapport is
gedagtekend en vermeldt:
a. de naam van de
overtreder;
b. de overtreding alsmede
het overtreden voorschrift;
c. zo nodig een aanduiding
van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is
geconstateerd.
-3. Een afschrift van het
rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging
van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
-4. Indien van de overtreding
een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek
van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling
in de plaats van het rapport.
Art.
5:49. [Inzage
dossier; taalhulp]
(5.4.2.2) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Het bestuursorgaan stelt
de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het
opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe,
berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
-2. Voor zover blijkt dat de
verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het
bestuursorgaan er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de
overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.
Art.
5:50. [Voorschriften
omtrent horen]
(5.4.2.3) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Indien de overtreder in
de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen
van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen:
a. wordt het rapport reeds
bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt;
b. zorgt het bestuursorgaan
voor bijstand door een tolk indien blijkt dat de verdediging van de
overtreder dit redelijkerwijs vergt.
-2. Indien het bestuursorgaan
nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht,
beslist dat:
a. voor de overtreding geen
bestuurlijke boete zal worden opgelegd; of
b. de overtreding alsnog aan
de officier van justitie zal worden voorgelegd;
wordt dit schriftelijk aan
de overtreder medegedeeld.
Art.
5:51. [Beslistermijn
boeteoplegging]
(5.4.2.4) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Indien van de overtreding
een rapport is opgemaakt, beslist het bestuursorgaan omtrent het
opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de
dagtekening van het rapport.
-2. De beslistermijn wordt
opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar
ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuursorgaan weer
bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
Art.
5:52. [Vereisten
boetebeschikking]
(5.4.2.5) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
De beschikking tot oplegging
van de bestuurlijke boete vermeldt:
a. de naam van de
overtreder;
b. het bedrag van de boete.
Art.
5:53. [Procedure
bij zware boeten]
(5.4.2.6) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
-1. Dit artikel is van
toepassing indien voor de overtreding een bestuurlijke boete van meer dan €|340,00
kan worden opgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
bepaald.
-2. In afwijking van artikel
5:48 wordt van de overtreding steeds een rapport of proces-verbaal
opgemaakt.
-3. In afwijking van afdeling
4.1.2 wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn
zienswijze naar voren te brengen.
Art.
5:54. [Schakelbepaling
andere bestraffende sancties]
(5.4.2.7) [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 264]
Deze titel is van
overeenkomstige toepassing op andere bestraffende sancties, voor zover dit bij
wettelijk voorschrift is bepaald.
|